
-
14-11-2011Eerste en Tweede Kamer: herinvoering grenscontroles aan binnengrenzen in strijd met subsidiariteit
-
23-05-2011Voorzitter Comité van de Regio's pleit voor EU-strategie Adriatisch-Ionische Zee (en)
-
29-11-2010CvdR bezorgd over mogelijke implicaties van herinrichting Europese eenheidsmarkt (en)
Subsidiariteitsbeginsel - Hoofdinhoud
Dit beginsel moet garanderen dat besluiten op een zo laag mogelijk niveau (zo dicht mogelijk bij de burger) worden genomen. Een besluit mag alleen op Europees niveau genomen worden, als dat niet net zo goed (of beter) op landelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau kan gebeuren.
Dit betekent dat de Europese Unie alleen optreedt wanneer dat doeltreffender is dan een maatregel op landelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau.
Daarnaast geldt dat het optreden van de Unie niet verder mag gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Europese Verdragen te bereiken. Dit wordt het evenredigheids- en het noodzakelijkheidsbeginsel genoemd.
Het subsidiariteitsbeginsel biedt vooral de mogelijkheid de invloed van de Commissie en andere instellingen af te bakenen op terreinen waar de bevoegdheden van de Unie en de nationale lidstaten elkaar raken of overlappen. Dit ligt vaak politiek gevoelig.
Het beginsel komt voort uit de rooms-katholieke maatschappijleer aan het eind van de 19e eeuw, waarbij de overheid slechts initiatieven mag nemen op punten waar individuen en particuliere organisaties niet in staat zijn om problemen op eigen kracht op te lossen.
Het beginsel betrof toen nog de verhouding tussen overheid en maatschappij en dus niet - zoals nu in Europees verband - de verhouding tussen hogere en lagere overheden, waarbij hogere overheden niet geacht worden iets te doen wat net zo goed of beter door lagere overheden gedaan kan worden.
Voor ieder voorgesteld wetgevingsbesluit moet worden aangegeven waarom het op Europees niveau moet worden genomen. De voorwaarde die hiervoor geldt is, dat de doelstellingen van het beleid niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk kunnen worden verwezenlijkt. De beoordeling hiervan heet subsidiariteitstoets.
Veel mensen hebben het gevoel dat er onnodig zaken op Europees niveau aangepakt worden. De toetsing van besluiten aan het subsidiariteitsbeginsel kan helpen dat te voorkomen: het kan een goed middel zijn tegen onterechte bemoeienis uit Brussel.
Toch moet het effect ervan ook weer niet worden overschat. Want er zijn maar weinig besluiten waarbij de subsidiariteit (moet 'Europa' zich daar wel mee bemoeien) ter discussie staat; in de meeste gevallen is men het erover eens dat maatregelen op Europees niveau zinvol zijn. Het is van belang dat Nederland in die laatste gevallen (het is zinvol maatregelen op Europees niveau te nemen) goed oplet of we het wel eens zijn met de voorstellen zelf, en tijdig proberen bij te sturen als dat nodig is.
In het verleden heeft Nederland wel eens te weinig opgelet welke besluiten er werden genomen en of we het daarmee eens waren. Door meer aandacht te besteden aan het bijsturen van de besluitvorming, zou Nederland wel eens meer invloed kunnen uitoefenen dan door te proberen een besluit met behulp van de subsidiariteitstoets tegen te houden .

