In het Handvest van de grondrechten zijn alle grondrechten ('mensenrechten') opgenomen die in de Europese Unie gelden. Het Handvest omschrijft in 54 artikelen de grondrechten inzake waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerschap en rechtspleging.

Een aantal van deze rechten is al afgedekt door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het Handvest staan ook nieuwe sociale grondrechten, zoals veilige arbeidsomstandigheden, het recht op dagelijkse en wekelijkse rusttijden en het recht op collectieve onderhandelingen over arbeidsovereenkomsten en, waar dat spaak loopt, op collectieve actie. Maar zaken als het recht op een gezond milieu, het recht op consumentenbescherming en het recht op zwangerschapsverlof en preventieve gezondheidszorg staan in het Handvest. Daarnaast wordt het te gelde maken van menselijke organen of het klonen van mensen verboden.

De burgers krijgen verder het recht op inzage in al hun persoonsgegevens en het recht die te rectificeren als ze niet kloppen. En zij hebben het recht overheden aan te spreken op de bescherming van hun persoonsgegevens. Nieuw is ook het recht op behoorlijk bestuur van de kant van de Europese instellingen, inclusief het recht op een schadevergoeding als de EU in gebreke is gebleven.

Dit Handvest is gebaseerd op

  • de EU-verdragen, 
  • internationale verdragen en overeenkomsten zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) uit 1950 en het Europees Sociaal Handvest uit 1989,
  • de gemeenschappelijke grondwettelijke tradities van de lidstaten,
  • verschillende verklaringen van het Europees Parlement.

Het Handvest, dat niet meer dan 22 pagina's telt, is onderverdeeld in zeven hoofdstukken. Het begint met de bescherming van de menselijke waardigheid. Vervolgens komen de hoofdstukken over de vrijheden van de Europese burger aan de orde, het recht op gelijkheid, solidariteit, burgerschap en rechtspleging. Het document wordt afgesloten met enkele bepalingen over de uitleg en de toepassing van het Handvest.

1.

Totstandkoming

De Europese Raad van Keulen (3-4 juni 1999) besloot naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in december 1998, een Handvest van de grondrechten op te stellen. Het doel was de grondrechten die op het niveau van de Unie gelden, in één enkele tekst samen te brengen om deze grondrechten beter 'zichtbaar' te maken.

De opstelling van het ontwerp van dit Handvest werd toevertrouwd aan een speciaal Forum - een Conventie - bestaande uit 62 leden, waaronder vertegenwoordigers van de Europese instellingen en de regeringen van de lidstaten. Het Handvest van de grondrechten van de EU werd plechtig afgekondigd tijdens de Europese Raad van Nice (7 december 2000).

Het Handvest is op 12 december 2007 ondertekend door de voorzitters van de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.

Maar liefst 85 eurosceptische Europarlementariërs grepen de ondertekening aan om luidkeels te protesteren tegen wat in hun ogen een verdere machtsoverdracht naar Europa betekent, zonder dat de bevolking daar iets over te zeggen had.

Een dag later ondertekenden in Lissabon alle leiders van de Unie het Hervormingsverdrag, dat in de plaats is gekomen van de zo omstreden Europese Grondwet. Nederland, dat samen met Frankrijk via een referendum de grondwet liet sneuvelen, heeft er vrede mee dat het Handvest als een juridisch bindende bijlage in het verdrag is opgenomen. Volgens het kabinet-Balkenende IV was dat nodig om te voorkomen dat het Hervormingsverdrag weer constitutionele trekjes ging vertonen.

Nederland is ook niet bang dat het EVRM en het Handvest elkaar bijten. In het Handvest is een clausule opgenomen die ervoor moet zorgen dat bepalingen die in beide verdragen met elkaar overeenkomen, op dezelfde manier door de hoven van Straatsburg (EVRM) en Luxemburg (Hof van Justitie) worden uitgelegd. De Nederlandse regering zal er wel op blijven aandringen dat de EU zich als geheel zal aansluiten bij het EVRM, zoals ook in het Verdrag van Lissabon is afgesproken. Nu zijn alleen de afzonderlijke lidstaten partij van dit verdrag.

Niet alle lidstaten waren blij met het Handvest. Zo hebben het Verenigd Koninkrijk en Polen een zogeheten 'opt-out' bedongen. Deze twee landen hoeven zich niet gebonden te voelen aan het Handvest. Groot Brittannië is vooral beducht voor de uitleg die het Europese Hof van Justitie straks gaat geven aan bepalingen van het Handvest over bijvoorbeeld de rechten van werknemers en vakbonden. Polen is weer bang dat het Handvest te veel ruimte zal bieden voor een liberale benadering van ethische onderwerpen.

Een aantal eurosceptische Europarlementariërs grepen de ondertekening aan om luidkeels te protesteren tegen wat in hun ogen een verdere machtsoverdracht naar Europa betekent, zonder dat de bevolking daar iets over te zeggen had. Dat de tegenstand beperkt bleef tot twee lidstaten (en de eerder genoemde 85 Europarlementariërs), heeft vooral te maken met de geringe reikwijdte van het Handvest. Een burger kan zijn rechten alleen bij de rechter afdwingen als het gaat om wetgeving die door de Europese Unie in gang is gezet. Pure nationale wet- en regelgeving vallen niet onder de werking van het Handvest.

2.

Relatie met de Europese verdragen

In het Verdrag van Lissabon staat een verwijzing naar het Handvest van de grondrechten van de EU en is daarmee feitelijk een juridische bindende bijlage bij het verdrag. De rechtskracht van het het Handvest is gelijk aan de rechtskracht van het Verdrag. De Europese instellingen zijn hierdoor verplicht de rechten die opgesomd zijn in het Handvest te waarborgen. Datzelfde geldt voor de lidstaten, wanneer zij Europese regels toepassen. De Europese Unie heeft door deze formulering geen nieuwe bevoegdheden gekregen.

In het Verdrag van Lissabon is opgenomen dat de Europese Unie zal toetreden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM).

Het Handvest verschaft de Unie en haar lidstaten een lijst van grondrechten die voor de ondertekenaars ervan juridisch bindend zal zijn. Door het Handvest worden deze rechten zichtbaarder voor alle burgers, zodat die beter van hun rechten op de hoogte kunnen zijn. Bovendien bevat het Handvest rechten die niet beschermd zijn in het kader van het EVRM, dat beperkt is tot de bescherming van burgerlijke en politieke rechten. Het gaat met name om de sociale rechten van werknemers, de bescherming van gegevens, bio-ethiek en het recht op behoorlijk bestuur. De rechten uit het Handvest gelden voor EU-burgers ten opzichte van overheden.

3.

Meer informatie

Stel je vraag
Home