Het begrotingstekort en het begrotingsoverschot vormen het verschil tussen alle inkomsten en uitgaven op de Rijksbegroting. Als de uitgaven groter zijn dan de inkomsten, spreken we van een begrotingstekort (negatief). Als de inkomsten groter zijn dan de uitgaven, spreken we van een begrotingsoverschot (positief).

Lidstaten van de Europese Unie hebben in het zogeheten stabiliteits- en groeipact afgesproken dat hun begrotingstekorten niet boven de 3 procent van het BBP uit mogen komen. In Duitsland is zelfs in de wet vastgelegd dat de Duitse regering het tekort niet mag laten oplopen. Vanaf 2017 mag het Duitse begrotingstekort zelfs maar maximaal 0,35 procent van het BBP bedragen.

 
Stel je vraag
Home