
Europees Parlement zwengelt uitbreidingsdiscussie aan - Hoofdinhoud
De uitbreiding van de Europese Unie is een belangrijk onderwerp in het Europees Parlement. Het Parlement is van mening dat de huidige en potentiële kandidaat-lidstaten zich moeten blijven hervormen om op schema te blijven voor een eventueel EU-lidmaatschap. Met name zaken als de rechtstaat, de vrijheid van meningsuiting, de behandeling van etnische minderheden en de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad zijn belangrijke thema's waar de Europarlementariërs extra waakzaam op zijn bij de beoordeling van de voortgang.
Het Europees Parlement heeft er bij de Europese Commissie op aangedrongen dat de capaciteit van de EU om nieuwe leden op te nemen een belangrijke rol moet spelen bij beslissingen over verdere uitbreiding. Het Europees Parlement blijft er bij de instellingen op aan dringen om deze capaciteit te analyseren en te vergroten. Ook heeft het Parlement aangegeven dat zij de steun van EU-burgers voor verdere uitbreiding een wezenlijk onderdeel daarvan vindt. In dat kader dringt het Parlement er bij de instellingen op aan duidelijke en volledige informatie te geven over de voordelen en de gevolgen van het uitbreidingsbeleid voor de Europese burgers.
Het Europees Parlement houdt de voortgang van de uitbreidingsstrategie en de toetreding van nieuwe lidstaten dan ook kritisch in de gaten.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De Europese samenwerking begon in 1957 met de ondertekening van het Verdrag van Rome door Nederland, Italië, Frankrijk, België, Luxemburg en West-Duitsland. Het verdrag vormde de basis voor de Europese Economische Gemeenschap. De drijvende krachten achter het initiatief waren: nooit meer oorlog, respect voor mensenrechten en voor normen en waarden, en het stimuleren van economische groei en daarmee betere levensomstandigheden voor de burgers. Inmiddels telt de Unie 27 lidstaten en een bevolking van bijna een half miljard inwoners.
In de verdragen van de Unie staat dat iedere Europese staat die het normen- en waardepatroon van de Unie deelt en die in staat is in een vrije markt te opereren, het lidmaatschap mag aanvragen. In 2004 kreeg de gemeenschap te maken met de grootste uitbreiding uit haar geschiedenis. Zeven voormalige Oostbloklanden, aangevuld met Slovenië, Cyprus en Malta, traden tot de EU toe.
Drie jaar later volgden Roemenië en Bulgarije, die in 2004 nog bezig waren met het doorvoeren van interne hervormingen. De 'big bang', zoals deze uitbreiding werd genoemd, heeft volgens sommige analisten de kritische houding tegenover Europa in vooral de oudere lidstaten doen toenemen. Gebrek aan openheid en onvoldoende communicatie over de voor- en nadelen van uitbreiding, en de vrees voor verlies van nationale identiteit, waren belangrijke redenen dat de Europese Grondwet, die mede de basis moest leggen voor een nog verdere uitbreiding van de Unie, werd afgeschoten. Met Kroatië, Macedonië en Turkije voert de Unie onderhandelingen over toetreding. Op 17 juli 2009 heeft IJsland officieel het lidmaatschap aangevraagd. Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Montenegro en Servië behoren tot de landen die wellicht in de toekomst om aanmerking komen voor EU-lidmaatschap.
De opvolger van de Europese Grondwet, het Verdrag van Lissabon, vormde een nieuwe poging om de gaten in de bestuurbaarheid van de EU te dichten en tegelijkertijd het democratisch gehalte van de gemeenschap verder op te vijzelen. Na een lang hervormingsproces is het verdrag op 1 december 2009 in werking getreden. De zogenaamde Kopenhagen-criteria zijn opgenomen in dit verdrag.
De Europese Commissie voert een streng beleid bij de weging van de voortgang van de kandidaten. Het beleid maakt het ook mogelijk zwakke plekken eerder zichtbaar te maken en kandidaten aan te sporen daar harder aan te werken. De Europese Commissie maakt jaarlijks haar bevindingen bekend in voortgangsrapportages over de mate en manier van hervorming in (potentiële) kandidaat-lidstaten. Maar de Commissie benadrukt dat deze aansporingen alleen maar effectief kunnen zijn als het uitzicht op het lidmaatschap reëel blijft. De Commissie wil bovendien de geloofwaardigheid van de Unie niet in de waagschaal stellen en daarom de al gedane toezeggingen aan de Balkanlanden en Turkije niet intrekken.
De Commissie is minder bevreesd dan het Europees Parlement voor eventuele negatieve gevolgen van verdere uitbreiding. Zij ziet een verdere stabilisatie van het continent als een belangrijk doel dat uiteindelijk de voorspoed van heel Europa ten goede zal komen. Maar de Commissie stelt in haar strategie ook dat er meer rekening moet worden gehouden met het vermogen van de Unie om nieuwe lidstaten op te nemen. Bovendien erkent zij dat er meer openheid naar de burger moet komen. Lidstaten moeten het voortouw nemen om hun burgers beter te informeren over de voor- en nadelen van verdere uitbreiding.
Het Europees Parlement is doorgaans wat minder voortvarend dan de Commissie en de Europese Raad en is dan ook vaak kritisch ten opzichte van deze instellingen. Het Parlement is van mening dat er eerst voor moet worden gezorgd dat de huidige situatie met 27 lidstaten goed functioneert. De voorgaande uitbreidingsrondes zijn weliswaar altijd een succes geweest, maar dat biedt volgens het Parlement geen garantie voor de toekomst. Het Parlement waarschuwt dat verdere uitbreiding tot een tweedeling in de Unie zou kunnen leiden tussen een sterke kern en een zwakkere groep die achterblijft, als de samenwerking niet eerst beter verloopt.
Het Parlement pleit ook voor het verdiepen van instrumenten als het nabuurschapbeleid en het verder ontwikkelen van initiatieven als de Mediterrane Unie: een initiatief van Frankrijk dat bedoeld is om de relatie van de EU met de landen rond de Middellandse Zee te versterken. Volgens het Parlement zijn de huidige middelen van de Commissie onvoldoende ingericht voor andere samenwerkingsvormen dan het 'gewone' lidmaatschap tussen de EU en landen die graag lid willen worden.
De parlementaire commissie voor Buitenlandse Zaken houdt zich namens het Parlement bezig met de uitbreiding van de Europese Unie. De leden uit deze commissie stellen rapporteurs aan die de voortgang van toetredende landen in de gaten houden. Deze rapporteurs lichten de rest van het parlement toe over hun bevindingen door middel van het presenteren van een verslag tijdens de plenaire vergadering.
Deze commissie telt vier Nederlandse leden. Dit zijn:
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De EU heeft een beter aanvullend beleid nodig om landen een zinvol alternatief te bieden voor het lidmaatschap van de Unie
De EU is gebaat bij een stabiel en democratisch continent, maar moet niet verder willen springen dan de polsstok lang is. Om te voorkomen dat landen die geen direct uitzicht kan worden geboden op het lidmaatschap van de Unie zich afkeren van Europese normen en waarden, moet de EU samenwerkingsverbanden in het leven roepen die deze landen nauw betrekken bij de verdere ontwikkeling van de Unie.
-
Opnamecapaciteit van de Europese Unie is beperkt
De Europese Unie telt 27 landen. De bestuurlijke inrichting van de Europese Unie is ontstaan in 1967, toen het samenwerkingsverband nog maar zes landen telde. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is een eerste stap gezet naar een bestuurlijke inrichting die beter is ingericht op een uitgbreide Europese Unie.
In dit verband zeggen veel politici dat de Europese Unie met 27 landen al erg groot is, en niet veel meer landen kan opnemen: het "absorptievermogen" zou zijn uitgeput na de toetreding van tien nieuwe lidstaten in mei 2004. Volgens hen heeft de Europese Unie eerst wat tijd nodig om "bij te komen" van de recente uitbreiding.
-
Uitbreiding is goed voor de stabiliteit in Europa's achtertuin
Zuidoost Europa is één van de meest instabiele regio's van Europa. Gedurende een groot deel van de jaren 1990 vond een bloedig conflict plaats op het grondgebied dat vroeger Joegoslavië was.
Met de toetreding tot de EU van Slovenië (in 2004) en Roemenië en Bulgarije (in 2007 of 2008) verwachten Europese leiders dat het risico van conflicten in de regio zal afnemen. De Europese Unie heeft er ook baat bij, aangezien het om naburige landen gaat. Er wordt vanuit gegaan dat het risico verder afneemt als meer landen uitzicht krijgen op toetreding tot de EU. In 2005 kregen Kroatië, Turkije en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië de status van kandidaat-lidstaat. Ook Albanië, Servië, Kosovo, Montenegro en Bosnië behoren tot de landen die wellicht in de toekomst in aanmerking komen voor het EU-lidmaatschap.
-
Uitbreiding kost veel geld, want toetreders zijn vaak arm
De economieën van landen als Kroatië, Turkije, Albanië en Servië, kennen forse groeicijfers. Toch zijn deze landen arm, als we kijken naar wat een inwoner gemiddeld verdient. Ten opzichte van elke 100 euro inkomen van een gemiddelde inwoner van de Europese Unie, verdient een Kroaat 47 euro, een Turk 30 euro, een Albanees 18 euro en een inwoner van Servië-Montenegro maar 10 euro (cijfers van 2005).
Het interne Europese beleid is gericht op economische, sociale en territoriale samenhang. De economische verschillen tussen regio's moeten zo klein mogelijk zijn. Hiervoor besteedt de EU een groot gedeelte van het jaarlijkse budget (ongeveer 35 procent) aan steun voor minder bedeelde regio's.
-
Uitbreiding opent nieuwe markten en dat is goed voor onze welvaart
Voor de lidstaten van de Europese unie is een belangrijk voordeel van een actief uitbreidingsbeleid de opening van nieuwe markten. De Europese Unie telt nu al meer dan 450 miljoen consumenten. Dat Nederland daar wel bij vaart blijkt uit het feit dat 80% van onze export naar andere EU-landen gaat.
Voor nieuwe kandidaat-lidstaten gloort het perspectief van een forse economische groei, en grote investeringen door grote Europese, Amerikaanse en Aziatische multinationals.
-
Uitbreiding maakt een betere misdaadbestrijding mogelijk
Criminele en terroristische organisaties gedijen het best in landen waar politie en justitie niet goed zijn georganiseerd, of waar agenten en rechters zich makkelijk laten omkopen (corruptie). Landen die lid willen worden van de Europese Unie, moeten hun rechtssystemen aanpassen aan maatstaven van de Europese Unie.
Zo moeten douanediensten goed hun werk doen (aanpak van mensenhandel en bestrijding smokkel van illegale producten), de rechtbanken moeten onafhankelijk opereren (ze mogen niet toegeven aan druk van politieke partijen en geen smeergeld aannemen), en de politie moet criminaliteit aanpakken.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

