
Biotechnologie - Hoofdinhoud
Biotechnologie is een verzamelnaam voor technieken om de eigenschappen van planten en dieren te veranderen. Dat kan in de geneeskunde, industrie en voeding, maar ook in de landbouw. Een vorm van biotechnologie is genetische modificatie: het kunstmatig veranderen van de erfelijke eigenschappen van planten of dieren. In een laboratorium worden bijvoorbeeld stukjes erfelijk materiaal (DNA) van één plant toegevoegd aan een andere plant, om de eigenschappen daarvan te veranderen.
De Europese burger heeft vertrouwen in het gebruik van deze technologie voor bijvoorbeeld de medische wetenschap, maar staat kritisch tegenover gebruik in de landbouwsector (ruim de helft is sceptisch, Eurobarometer 2005); ook al is er nog geen nadelig effect voor de volksgezondheid bewezen. Binnen de Europese Unie is mede vanwege dit wantrouwen weinig ervaring met het verbouwen van genetisch gemodificeerde gewassen (ook wel Genetisch Gemodificeerde Organismen, GGO's genoemd). Er zijn in de EU slechts twee maïssoorten op deze manier commercieel verbouwd, terwijl de commerciële wereldmarkt voor zaden in 2005 voor 18% uit GGO's bestond.
In juli 2010 heeft de Europese Commissie de invoer van vijf soorten genetisch gemanipuleerde maïs goedgekeurd. De toelating van invoer van nog een genetisch gemanipuleerde maïssoort is met tien jaar verlengd. Volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) zijn de producten veilig. Ze mogen daarom gebruikt worden voor voedsel voor zowel mens als dier. Deze maïssoorten moeten wel duidelijke etiketten hebben waarop informatie over het product staat en het land van herkomst wordt vermeld.
Enkele voorbeelden van de toepassing van genetische modificatie:
-
-gewassen en dieren kunnen immuun worden voor bijvoorbeeld een ziekte, of beter bestand tegen weersomstandigheden of tegen landbouwgif
-
-de kwaliteit van voedsel kan door genetische modificatie veranderd worden - denk aan een langere houdbaarheid, een andere smaak of toevoeging van bepaalde vitaminen
-
-genetische modificatie kan voor een verhoogde productie van bepaalde voedselelementen in het organisme zorgen, bijvoorbeeld een hogere eiwitproductie, of meer zaden per plant
Het verbouwen van GGO's heeft daardoor verschillende voordelen. Zo kan de oogst groter worden, maar ook de kwaliteit ervan verbeteren. Het kan helpen om het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en meststoffen te verminderen en zo bijdragen aan een duurzame landbouwsector. Het zou zelfs een middel kunnen zijn om de honger te bestrijden.
In de Europese Unie bestaat discussie over het gebruik van biotechnologie in de landbouw. De discussie richt zich met name op de vraag of onomkeerbare veranderingen in de genetische code van gewassen niet voor problemen in de toekomst kunnen gaan zorgen. De effecten op de lange termijn zijn namelijk moeilijk in te schatten. Daarnaast bestaat het gevaar dat andere landbouwgewassen worden 'besmet', doordat de wind zaden van de GGO-gewassen meeneemt. Ten slotte spelen ethische en religieuze bezwaren: is het acceptabel om op dergelijk ingrijpende wijze de natuur naar je hand te zetten?
Het Europees Parlement maakt zich onder meer zorgen over de keuzevrijheid van de consument. Daarbij spelen informatie en etikettering een rol, zodat de burger weet of een product genetisch gemodificeerd is. Ook gelden er regels ten aanzien van de drempels voor genetisch gemodificeerde voeding: als een product maar heel weinig genetisch gemodificeerd materiaal bevat, moet dat dan op het etiket vermeld worden? Aan de andere kant ziet het Europees Parlement kansen voor het verder ontwikkelen van biotechnologie en ziet graag dat de toepassing ervan gestimuleerd wordt.
Het Europees Parlement vindt ook dat de publieke opinie meer meegewogen moet worden in de debatten. Tot nu toe is er te weinig gedaan om de Europese burger duidelijk te maken of, en op welke manier, biogewassen schadelijk kunnen zijn. Het EP roept op tot meer publiek debat en het vergroten van de wetenschappelijke kennis van biotechnologie.
Met 22 stemmen voor en 15 stemmen tegen nam de landbouwcommissie van het Europees Parlement een ontwerpresolutie aan die verder onderzoek naar en het gebruik van biotechnologie in de Europese landbouwsector steunt. De meerderheid van de commissie was van oordeel dat mogelijke risico's geen beletsel moeten zijn voor innovatie. De lidstaten lijken eveneens meer steun en ruimte te willen geven aan biotechnologische toepassingen.
De Europese Commissie wil dat EU-lidstaten meer vrijheid krijgen om zelf te beslissen of ze het telen van genetisch aangepaste gewassen toestaan of verbieden. Eurocommissaris John Dalli heeft dat in juli 2010 voorgesteld aan het Europees Parlement en de lidstaten. Volgens Dalli moeten landen meer vrijheid krijgen om zelf beslissingen te nemen over genetisch aangepaste maïs, soja en andere gewassen, zodat ze lokale, regionale en nationale belangen beter kunnen laten meewegen in hun besluit. Als dit voorstel wordt aangenomen zal hierover minder vaak op Europees niveau besloten hoeven te worden en krijgen de lidstaten meer vrijheid om hun eigen beleid te bepalen. Het Europees Parlement heeft begin juli ingestemd met het voorstel van Dalli. Het is nu aan de Raad om hierover een beslissing te nemen.
Inhoudsopgave van deze pagina:
In de Europese Unie is het ontwikkelen van biogewassen alleen toegestaan als is aangetoond dat ze geen schadelijke gevolgen kunnen hebben voor mens en milieu. Dit is kort gezegd het voorzorgsbeginsel; eerst onderzoek, dan ontwikkelen. In de Verenigde Staten is de regelgeving soepeler, waardoor er al jaren wrijving is tussen de VS en de EU op dit gebied. Zo werd in 2006 verboden genetisch gemodificeerde rijst ingevoerd in de EU, doordat in de VS geen goede tests op genetische modificatie werden uitgevoerd.
De Europese landen zijn het al jaren oneens over de toelating van genetisch aangepaste maïs, soja en andere gewassen. De Nederlandse regering is bijvoorbeeld een groot voorstander, maar Oostenrijk is fel tegenstander. Het toenmalig Belgisch voorzitterschap heeft daarom voorgesteld om de EU-lidstaten vaker zelf te laten beslissen of ze genetisch aangepaste gewassen wil laten groeien. De Europese Commissie wil ook dat EU-lidstaten meer vrijheid krijgen om zelf te beslissen of ze het telen van genetisch aangepaste gewassen toestaan of verbieden.Eurocommissaris John Dalli legde hiertoe in juli 2010 een voorstel voor aan het Europees Parlement en de lidstaten. Volgens Dalli moeten landen meer vrijheid krijgen om zelf beslissingen te nemen over genetisch aangepaste maïs, soja en andere gewassen zodat ze lokale, regionale en nationale belangen beter kunnen laten meewegen in hun besluit.
In 2011 werd er een nieuwe wet aangenomen die een kleine hoeveelheid niet-geautoriseerde GGO's in importproducten toestaat.
Een biogewas mag pas op de markt worden gebracht als:
-
-is onderzocht wat de effecten voor mens en milieu zijn
-
-er vermeldingen worden aangebracht op producten waarin het GGO is gebruikt
-
-als de volgende schakels (bedrijven) in de productieketen zijn gewaarschuwd over het gebruik van het GGO
Onderzoek naar en ontwikkeling van genetische veranderingen in gewassen vergen grote investeringen. Bovendien kunnen ze alleen rendabel zijn als de uitvinder ervan wordt beschermd door een octrooi.
Het Europees Parlement is voorstander van het doen van meer onderzoek naar biotechnologie, met name op het gebied van voedselveiligheid, allergenen, menselijke voeding en gezondheid. Daarnaast zou er een oplossing moeten komen voor de ingewikkelde procedure voor de erkenning van landbouwplantenrassen.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Het veranderen van de genetische code van ons voedsel brengt risico's met zich mee die we nooit mogen nemen
Het bestaan van genetisch gemodificeerde plantenrassen kan een grote invloed hebben op de bestaande biodiversiteit. De nieuwe rassen zouden de 'conventionele' rassen kunnen verdrukken, waardoor ze uiteindelijk uitsterven. De nieuwe samenstelling van de planten en bomen in de omgeving kan grote invloed hebben op onze bodem en onze leefomgeving. Het is moeilijk te voorspellen of het milieu daardoor uit balans raakt.
-
Als Europa concurrerend wil blijven in de wereldwijde landbouwsector zullen we mee moeten gaan in de biotrend
Buiten de Europese Unie, met name in de VS, zijn de regels voor het ontwikkelen en gebruiken van biogewassen vaak soepeler. In de Europese Unie worden nog bijna geen biogewassen geteeld, terwijl dat wereldwijd steeds normaler wordt. In de producten die we importeren in de EU zitten ook steeds vaker GGO's verwerkt.
-
Het verbouwen van gentech-gewassen is een oplossing voor het wereldvoedselprobleem en moet daarom worden gestimuleerd
Omdat sommige genetisch gemanipuleerde gewassen betere oogsten opleveren, kunnen ze ontwikkelingslanden helpen om voedselvoorraden op te bouwen. Zo kan bijvoorbeeld hongersnood in Afrika worden bestreden. De Europese Unie kan daaraan bijdragen door meer onderzoek te doen naar de mogelijkheden van biotechnologie en door de regelgeving voor het ontwikkelen van biogewassen te versoepelen.
-
De mens moet niet ingrijpen in het erfelijk materiaal van planten en dieren
Op religieuze gronden worden er bezwaren aangevoerd tegen genetische modificatie. De natuur wordt daarbij gezien als een schepping van God of Allah waaraan de mens niet mag 'sleutelen'. Dit bezwaar wordt in het algemeen sterker ervaren als het gaat om het werken met erfelijk materiaal van dieren; tegen genetische modificatie van plantaardig materiaal, zoals landbouwgewassen, bestaan minder sterke religieuze bezwaren.
Daarentegen wordt in religieuze kringen ook gewezen op de voordelen van genetische modificatie: paus Johannes Paulus II meende bijvoorbeeld dat de negatieve gevolgen van GGO's niet aantoonbaar waren, en vond het een misdaad om ze te verbieden als er in landen waar honger heerst, een grote behoefte is aan bepaalde soorten voedsel.
-
De regelgeving in de Europese Unie werkt belemmerend op onderzoek en moet soepeler
De regelgeving voor biotechnologie binnen de Europese Unie is gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. We gaan heel voorzichtig te werk in het ontwikkelen en goedkeuren van nieuwe GGO's. Het geld dat we besteden aan onderzoek levert daarom relatief gezien minder op dan in het buitenland. Buiten het feit dat onze regelgeving belemmerend werkt voor onderzoek, kan het er ook voor zorgen dat onderzoekers en onderzoeksactiviteiten naar het buitenland vertrekken.
-
De verschillende overheden informeren de burgers te weinig over de ontwikkelingen in de biotechnologie
Onder Europese burgers bestaat weerstand tegen het gebruik van biotechnologie in de landbouw. De belangrijkste reden daarvoor is dat men niet zeker weet of er negatieve gevolgen zijn voor mens en milieu. Wereldwijd wordt er veel onderzoek gedaan naar biotechnologie, maar er is nog geen overeenstemming tussen wetenschappers over de gevaren van biotechnologie voor bestaande (niet gemodificeerde) gewassen.
-
Consumenten moeten weten of producten genetisch gemodificeerd zijn
Consumenten moeten zelf kunnen kiezen of ze genetisch gemodificeerde producten gebruiken. Het etiket moet daarom vermelden of dat het geval is. Er wordt wel gesproken van: 'weet wat je eet'.
Op basis van Europese verordeningen moet op het etiket van producten, waaronder levensmiddelen en diervoeders, staan vermeld dat ze geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan. Alleen als een product minder dan 0,9 procent GGO's bevat, en de aanwezigheid daarvan onbedoeld of technisch niet te voorkomen is, mag die vermelding op het etiket achterwege blijven. Producenten en handelaren die met GGO's geproduceerde producten verkopen, moeten de afnemer daarover informeren.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

