Oerwoud

Bron: euobserver.com

Door de economische groei in de wereld wordt er op steeds grotere schaal gebruik gemaakt van natuurlijke grondstoffen als gas, aardolie, water en hout. Om ervoor te zorgen dat het gebruik van deze bronnen zo min mogelijk blijvende schade aanricht, gaat de Europese Unie in haar beleid steeds meer uit van een duurzaam gebruik van deze hulpbronnen.

Een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen houdt in dat er bij ons gebruik ook rekening wordt gehouden met de behoeften van de volgende generaties. Ook zij moeten nog gebruik kunnen maken van deze grondstoffen. Daarbij moet het milieu zoveel mogelijk worden gespaard. Dit kan enerzijds door te zoeken naar manieren waarop het gebruik van natuurlijke grondstoffen beperkt kan worden, bijvoorbeeld door energiebesparing. Anderzijds kan ook worden gezocht naar alternatieve methoden om te voorzien in onze behoeften.

Duurzaamheid is inmiddels doorgedrongen tot verschillende beleidsterreinen van de EU. Het valt tegenwoordig niet meer alleen onder het milieubeleid: ook in het sociaal-economisch beleid speelt het een belangrijke rol. De Europese Unie draagt het duurzaamheidsbeleid uit op zowel Europees als wereldniveau.

Het Europees Parlement is een groot voorstander van duurzame ontwikkeling. Het is bezorgd over het tempo waarin natuurlijke hulpbronnen verdwijnen en het milieu wordt belast. Daarom pleit het voor snellere invoering van de maatregelen die duurzaam gebruik bevorderen. Het EP spreekt de Europese Commissie hier regelmatig op aan. Het Europees Parlement roept bovendien de Europese Unie op meer inspanningen te doen en beslissingen te nemen teneinde de meest efficiënte economie ter wereld' te worden wat betreft het gebruik van hulpbronnen en energie.

Volgens de Nederlandse Europarlementariër Kartika Liotard  is 'het probleem van de natuurlijke hulpbronnen nú acuut en moeten er nu concrete maatregelen worden genomen.' Volgens Liotard, rapporteur voor de Commissie Milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid is de kern van het probleem simpel: 'onze ecologische voetafdruk, dus het milieueffect van onze consumptie, is veel groter dan wat de aarde aan kan.'

Duurzame ontwikkeling vraagt om grote investeringen op de korte termijn. De voordelen worden echter pas op lange termijn zichtbaar. Dit maakt het realiseren van een duurzame samenleving niet eenvoudig.

1.

Maatregelen

De Europese Unie heeft in oktober 2010 een belangrijke maatregel genomen door de import van hout van illegaal gekapte bomen

definitief te verbieden. Importeurs van hout moeten voortaan kunnen aantonen dat zij een vergunning hadden voor de kap van de bomen. Deze maatregel moet illegale ontbossing in landen als Brazilië en Indonesië tegengaan. Volgens het Wereld Natuur Fonds levert de EU daarmee een belangrijke bijdrage aan de strijd tegen de wereldwijde ontbossing. Uit cijfers van het WNF blijkt dat in 2008 ruim 20 procent van het geïmporteerde hout afkomstig was van illegaal gekapte bomen.

2.

Duurzame ontwikkeling

De definitie van het begrip duurzame ontwikkeling werd voor het eerst geformuleerd in een rapport uit 1987 van de Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling van de Verenigde Naties. Deze commissie stond onder leiding van de voormalige Noorse premier Brundtland. In het rapport werd het begrip als volgt gedefinieerd: "Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen".

In 1992 werden tijdens een VN-Conferentie in Rio de Janeiro voor het eerst internationale afspraken gemaakt over duurzame ontwikkeling. Het bijbehorende actieprogramma werd Agenda 21 genoemd. In 2002 vond in Johannesburg de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling plaats. De top trok tienduizenden mensen, waaronder regeringsleiders, wetenschappers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Het lukte niet om nieuwe bindende afspraken te maken. Wel werd de discussie nieuw leven ingeblazen.

3.

Duurzaamheid en de EU

Het begrip duurzame ontwikkeling werd voor het eerst als doelstelling opgenomen in het Verdrag betreffende de Europese Unie uit 1993. Het werd niet alleen een doel in het milieubeleid. Ook bij andere beleidsterreinen moest hier vanaf dat moment rekening mee worden gehouden. Dit werd nog eens extra onderstreept in het Verdrag van Amsterdam van 1999. 

Een belangrijke stap op Europees gebied werd gezet tijdens de Europese Raad in Gotenburg van 2001. Daar sprak de Raad over het Commissievoorstel Een duurzaam Europa voor een betere wereld: een Europese Strategie voor Duurzame Ontwikkeling . In dit rapport werd een langetermijnstrategie voorgesteld om beleidslijnen voor duurzame economische, maatschappelijke en milieu-ontwikkelingen meer op elkaar aan te laten sluiten.

In datzelfde jaar presenteerde de Commissie het zesde Milieu Actie Programma 2001-2010. Hierin speelde duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen een belangrijke rol.

Enkele voorbeelden van maatregelen die in het programma werden voorgesteld:

  • het bevorderen van onderzoek en technologische ontwikkelingen
  • het belasten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
  • het afschaffen van subsidies die het overmatig gebruik van deze hulpbronnen stimuleren
  • het invoeren van systemen voor milieukeurmerken, een 'groen' aankoopbeleid en milieurapportage

Inmiddels is duurzaamheid doorgedrongen tot verschillende beleidsterreinen, waaronder het sociaal- en economisch beleid. Bij alle belangrijke beleidsvoorstellen wordt onderzocht of het beleid niet in is strijd is met het principe van duurzaamheid. Ook worden specifiek maatregelen genomen om duurzaamheid te bevorderen.

Zo werd in 2005 een ambitieus plan geïntroduceerd voor handel in emissierechten. Dit houdt in dat bedrijven in de zware industrie en elektriciteitssector een maximum hoeveelheid uit te stoten CO2 toebedeeld krijgen. CO2-uitstoot wordt onder andere veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Deze uitstoot is een van de oorzaken van het broeikaseffect. Als bedrijven onder het toebedeelde maximum aan CO2-uitstoot blijven, dan mogen zij het niet gebruikte deel verkopen aan andere bedrijven die over hun maximum heen gaan. Hierdoor ontstaat een systeem waarbij bedrijven met een lage uitstoot financieel worden beloond ten opzichte van meer vervuilende ondernemingen. Een aantal lidstaten uit het voormalig Oostblok protesteert heftig omdat zij vinden dat hun economieën onevenredig zwaar worden belast in de door de Commissie voorgestelde verdeling van emissierechten.

Een andere manier om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken is te zoeken naar een alternatief. De Europese Commissie ziet het gebruik van kernenergie als een van de mogelijke opties om te voorzien in de toekomstige energiebehoefte. De regeringen van de lidstaten zijn echter erg verdeeld. Volgens sommige lidstaten zijn de risico's nog te groot, met name doordat kernafval nog honderden of duizenden jaren radioactief blijft. Zonne- en windenergie en biobrandstoffen zijn andere, meer duurzame, alternatieven.

Binnen de Europese instellingen bestaat dus overeenstemming over het belang van een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Onenigheid bestaat nog wel over de snelheid waarmee de maatregelen worden doorgevoerd en de afdwingbaarheid ervan. Dit heeft vooral te maken met de grote investeringen die moeten worden gedaan om het gebruik van grondstoffen drastisch te verminderen.  

De Commissie Milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid van het Europees Parlement is van mening dat de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te langzaam gaan. Op 23 april 2007 presenteerde de Europarlementariër Kartika Liotard een initiatiefverslag waarin het EP vast stelt dat de Thematische Strategie van de Europese Commissie inzake het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen uit 2005 niet beantwoordt aan de doelstellingen van het Zesde Milieu Actieprogramma. In een toelichting bij het initiatiefverslag van deze commissie wordt het als volgt gesteld: 'We dienen ambitieuze initiatieven te nemen en bereid te zijn dwingende maatregelen te initiëren. Halfbakken maatregelen leiden niet tot een oplossing. Kort gezegd: we hebben het in eigen hand'. 

Volgens Liotard is het 'bijzonder teleurstellend dat de Commissie zo'n weinig ambitieus voorstel heeft gedaan.' Liotard: 'Ik stel voor dat de EU in het algemeen gaat streven naar een halvering van het hulpbronnengebruik tegen 2030. Dat is geen sciencefiction, maar een bittere noodzaak.' Het Europees Parlement stelt dat in 2010 minimaal 12% van de hernieuwbare ruwe grondstoffen afkomstig moet zijn van duurzame hulpbronnen. Verder oordeelt het EP dat de Commissie uiterlijk in 2008 met een routekaart moet komen voor de hervorming, per sector, van de subsidieregelingen die aanzienlijke negatieve effecten op het milieu hebben en op gespannen voet staan met duurzame ontwikkeling, om ze uiteindelijk geleidelijk af te schaffen.

In januari 2008 besloot de Europese Commissie om de inzet van biobrandstoffen aan strengere sociale en milieu-eisen te onderwerpen. Volgens verschillende milieu- en ontwikkelingsorganisaties zou het streven van de EU om in 2020 minimaal 10 procent van de brandstof uit energiegewassen te halen, kunnen leiden tot voedseltekorten. Dit wordt echter tegengesproken door een in maart 2008 gepubliceerd rapport van REFUEL, een project uitgevoerd in opdracht van de EU. Het rapport stelt dat de bijmenging van 10 procent voor het overgrote deel gehaald kan worden, omdat er in Europa nog voldoende ruimte is (vooral in Oost-Europa) om landbouwgrond beter te gebruiken en vervolgens de huidige productie te verhogen.

Milieu- en ontwikkelingsorganisaties maken zich verder zorgen over hoge brandstofprijzen en vernietiging van natuurgebieden als gevolg van de Europese biobrandstof-doelstellingen. Ook zorgt de teelt van de biogewassen en de productie van biobrandstof zelf voor veel CO2 -uitstoot, aldus een uitgelekt rapport van het Joint Research Centre van de Europese Commissie. Volgens milieuorganisaties vergt de massale teelt van gewassen veel kunstmest waarbij CO2 vrijkomt.

De oplossing van de Commissie is een keurmerk voor biobrandstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de uitstoot van CO2 bij het maken van de biobrandstoffen. Er wordt bij de toekenning van het keurmerk niet gekeken of er bossen gekapt worden om plaats te maken voor deze gewassen. De Commissie onderzoekt hoe ze dat alsnog mee kan nemen in het keurmerk.

Het bedrijfsleven

Veel bedrijven wijzen erop dat een verandering van de werkwijze grote kosten met zich meebrengt. Producten zullen hierdoor duurder worden. Dit zou nadelig kunnen zijn voor de concurrentiepositie op de wereldmarkt. Consumenten zullen soms meer moeten betalen voor hetzelfde product. Ook wordt genoemd dat dit zou kunnen leiden tot  ontslagen. De kennis van de huidige werknemers zou niet meer toereikend zijn wanneer het productieproces veranderd.

Volgens de EU zorgen strikte milieunormen en het aanzetten tot duurzaam ondernemen juist voor innovatie en bieden ze zo nieuwe kansen voor het bedrijfsleven. In juni 2008 hebben de EU en het bedrijfsleven een gezamenlijke organisatie opgezet om onderzoek naar de mogelijkheden van het gebruik van waterstof te stimuleren.  De Europese Commissie heeft voor de organisatie 470 miljoen euro klaarliggen voor een periode van zes jaar. De bedoeling is dat het bedrijfsleven ten minste hetzelfde bedrag bijdraagt.

Op 13 juli 2010 is een rapport uitgekomen over de economische mogelijkheden van ecosystemen en biodiversiteit. Hieruit blijkt dat bedrijven zich meer bewust zijn geworden van het belang van deze zaken. Daarnaast zien steeds meer bedrijven de kansen hiervan. Rond 2050 is er namelijk een potentiële markt op het gebied van biodiversiteit van maar liefst twee tot zes biljoen dollar.

Landen buiten de EU

De Europese Unie wil het voortouw nemen in de reductie van de CO2-uitstoot. Alleen zal dat niet veel uitmaken als de rest van de wereld niet meedoet. 20% reductie in Europa geeft wereldwijd een effect van maar 1,5% volgens de Finse denktank ETLA. Veel succes heeft Europa niet met het overtuigen van de andere landen. Al is er de erkenning van het klimaatprobleem, harde ingrepen wil men vermijden. Vooral de Verenigde Staten moeten niets hebben van vastgestelde doelen. En ontwikkelingslanden eisen dat zij ruimte krijgen voor - broodnodige - groei. Zij willen niet geremd worden door een probleem dat zij niet hebben veroorzaakt.

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

4.

Argumenten in de discussie

  • Duurzame ontwikkeling kan een bijdrage leveren aan de oplossing voor het armoedeprobleem

    De milieuproblemen die ontstaan door het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen zijn het best merkbaar in armere delen van de wereld, zoals Afrika. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld grote gevolgen voor de landbouw. Ontbossing zorgt voor grote aardverschuivingen. Duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen kan ervoor zorgen dat het leefmilieu van mensen in armere landen niet verder wordt aangetast. Zo kunnen zij gebruik blijven maken van de voordelen die de natuur hun kan bieden.

  • Subsidieregelingen verstoren het functioneren van de interne markt

    Subsidies kunnen bedrijven stimuleren om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken. Een subsidie kan worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten die de nieuwe duurzame werkwijze met zich meebrengt. Als niet alle EU-lidstaten op dezelfde schaal subsidies verstrekken, zijn bedrijven in een land dat wel subsidies verstrekt in het voordeel ten opzichte van landen waar minder of geen subsidies beschikbaar zijn. Bedrijven hebben dan geen gelijke concurrentiepositie.

  • Strenge milieunormen zijn nadelig voor de concurrentiepositie van Europese ondernemingen

    Om het gebruik van natuurlijke grondstoffen zoveel mogelijk te beperken, stelt de EU milieunormen vast. Bedrijven moeten zich hier aan houden. In landen buiten Europa worden vaak minder eisen gesteld aan ondernemingen. Veel Europese bedrijven wijzen er dan ook op dat zij in het nadeel zijn ten opzichte van bedrijven in niet-Europese landen. Een milieuvriendelijke werkwijze is namelijk niet altijd de goedkoopste. Europese ondernemers stellen dan ook dat de strenge Europese voorschriften nadelig zullen zijn voor hun concurrentiepositie.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie

Stel je vraag
Home