Een veld voor groeiende gewassen

Pesticiden zijn chemische middelen die bedoeld zijn om schadelijke organismen te bestrijden, zoals insecten of schimmels die gewassen aantasten. Veel pesticiden bevatten giftige stoffen en hebben daardoor een slechte invloed op het milieu en de volksgezondheid. Soms wordt ook de term "gewasbeschermingsmiddelen" gebruikt. Hier gebruiken we vooral de meer neutrale term "bestrijdingsmiddelen".

Er komen strengere eisen voor de toelating en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het Europees Parlement en de Europese Landbouwministers zijn het nagenoeg eens geworden over een strenger Europees beleid gericht op het terugdringen dan wel vervangen van schadelijke bestanddelen in deze middelen. Het Europees Parlement is akkoord gegaan met het compromis dat eind 2008 tussen het Parlement en de lidstaten werd bereikt. Ook de Raad van Landbouwministers heeft haar goedkeuring gegeven.

In december 2010 zijn de ministers van Landbouw het eens geworden over nieuwe regelgeving. Hierin staat welke stoffen verboden zijn in biociden (bestrijdingsmiddelen die buiten de landbouw worden toegepast voor het bestrijden van levende organismen) zoals kankerverwekkende stoffen of stoffen die anderszins schadelijk zijn voor het milieu.

1.

Voorgeschiedenis

Eind jaren zeventig werden de lidstaten het erover eens dat gemeenschappelijk beleid nodig was om de toepassing van pesticiden te controleren. Dat leidde in 1991 tot een richtlijn met regels voor het op de markt brengen van bestrijdingsmiddelen. In 1998 werden in dat kader regels van kracht voor biociden. Een voorbeeld zijn aangroeiwerende verven, die moeten voorkomen dat algen of mosselen op de romp van schepen gaan groeien.

Maar ondanks deze maatregelen is het feitelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen de afgelopen jaren niet verminderd. Ook toonde onderzoek aan dat er nog steeds te veel restanten van bestrijdingsmiddelen in het milieu en het voedsel is terug te vinden. Deze gegevens en de gegroeide belangstelling binnen de lidstaten voor een duurzaam milieu, leidde enkele jaren terug tot de conclusie dat een verdere verscherping van de regels voor de toelating en het gebruik van bestrijdingsmiddelen nodig was.  De regels voor biociden blijven voorlopig ongemoeid, omdat zowel de Europese Commissie als de lidstaten nog onvoldoende ervaring hebben opgedaan met de bestaande maatregelen.

2.

Compromis

Parlement en Raad verschilden aanvankelijk van mening over de mate van verscherping van de maatregelen die de Europese Commissie wilde doorvoeren. De landbouwministers waren vooral bevreesd voor het economisch effect van een strengere aanpak. Kleinere oogsten en lagere opbrengsten zijn geen prettige boodschappen voor de agrarische achterban van de bewindslieden. Zo slaagde Nederland er met hulp van een aantal andere lidstaten in een voorstel van tafel te krijgen dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen tien meter van de waterkant verbood. Volgens toenmalig minister Verburg van Landbouw zou dat een te grote aanslag op het beschikbare landbouwoppervlak hebben gehad, gezien het grote aantal sloten in de Nederlandse agrarische gebieden.

Maar met het compromis is een duidelijk begin gemaakt met het uitbannen van de meest gevaarlijke bestanddelen van bestrijdingsmiddelen. Het gaat dan vooral om het verbieden van tot nu toe 22 stoffen die kanker kunnen veroorzaken, een gevaar kunnen opleveren voor de voortplanting of de genetische samenstelling van levende organismen en die van invloed kunnen zijn op het zenuwstelsel, het immuunstelsel of het hormonale stelsel van de mens.

3.

Uitwerking

Om de landbouwwereld niet gelijk op zijn kop te zetten, is afgesproken dat de maatregelen geleidelijk worden ingevoerd. Bestrijdingsmiddelen die nu nog zijn toegelaten mogen nog worden gebruikt tot het eind van hun goedkeuringstermijn. In de praktijk betekent dit dat het nog wel tot 2016 zal duren voordat de eerste grootschalig gebruikte bestrijdingsmiddelen van de markt worden gehaald.

Daarnaast is afgesproken dat voor toepassing van stoffen die niet meer aan de criteria voldoen, maar die voor een bepaalde gewasbescherming nog onmisbaar zijn, een ontheffing van maximaal vijf jaar kan worden verleend. Dit geeft telers voldoende tijd om naar alternatieven te zoeken die minder belastend zijn voor mens, dier en milieu.

Bij de toelating van nieuwe bestrijdingsmiddelen wordt een geografisch bepaald zonesysteem gehanteerd. Als een lidstaat in een bepaald land goedkeuring heeft verleend aan een bestrijdingsmiddel, geldt die goedkeuring automatische voor de andere landen in de zelfde zone. Iedere lidstaat in een zone houdt echter ruimte om in het geval van bijzondere nationale omstandigheden  de toepassing van een door een ander land goedgekeurd middel te verbieden.

Het Europees Parlement liet in het compromis de eis vallen om de hoeveelheid gebruikte bestrijdingsmiddelen over een periode van tien jaar met 50 procent terug te dringen. Deze wens van het Parlement was onaanvaardbaar voor de lidstaten. Het terugbrengen van het totale gebruik gebeurt nu op nationale basis aan de hand van zogeheten Nationale Actie Plannen (NAP). Elke lidstaat moet een NAP opstellen waarin het meetbare doelstellingen vastlegt voor een verdere vermindering van de risico’s en gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor mens, dier en milieu.

Het gebruik van sproeivliegtuigen is in principe verboden. Maar er zijn wel uitzonderingen mogelijk voor boeren die in een geografisch lastige omgeving moeten opereren.

Verder kwamen Parlement en Raad overeen het gebruik van bestrijdingsmiddelen te verbieden of in ieder geval tot een absoluut minimum te beperken in gebieden die veelvuldig door het publiek worden bezocht, zoals parken en sportaccommodaties.

4.

Stand van zaken

De Europese Unie is bezig met nieuwe wetgeving voor strengere controle op bestrijdingsmiddelen. Op 19 januari 2012 werd de nieuwe wetgeving aangenomen in het Europees Parlement. De afzonderlijke lidstaten hebben informeel al toegezegd akkoord te gaan, formeel moet de Raad zich echter nog uitspreken.

In de nieuwe wetgeving is onder andere vastgelegd dat toelating van bestrijdingsmiddelen op de markt beter gestroomlijnd zal worden. Er worden termijnen gesteld voor de beoordeling van aanvragen en erkenning van goedgekeurde producten wordt verbeterd. Ook moeten de schadelijkste bestrijdingsmiddelen verboden worden, tenzij het gebruik strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld in het belang van de volksgezondheid.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de nieuwe regelgeving voor bestrijdingsmiddelen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • De buffer van 10 meter had wel moeten ingesteld, omdat drinkwaterzuivering daardoor goedkoper was geworden

    Na aanpassing van het voorstel door het EP reageerde Europarlementariër Kathalijne Buitenweg op het schrappen van de 10 meter buffer langs slootkanten. Het besproeien binnen die afstand van de waterkant zal ervoor zorgen dat er nog aanzienlijke hoeveelheden bestrijdingsmiddelen in het water terecht komen. Het zuiveren van het water voor gebruik als drinkwater zal daardoor lastiger en dus duurder worden. De kosten die daarvoor gemaakt worden, moeten worden afgewogen tegenover de hogere oogst-opbrengsten die landbouwers hebben nu ze wel dichter bij waterkanten mogen spuiten.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

Stel je vraag
Home