
Economische crisis - Hoofdinhoud
De wereldwijde economie verkeert sinds eind 2007 in zwaar weer. De eerste tekenen hiervan worden merkbaar in december 2007 wanneer de huizenmarkt in de Verenigde Staten instort. Een groot aantal Amerikanen kan de maandelijkse hypotheeklasten niet langer opbrengen, waardoor enkele grote hypotheekbanken op het randje van een faillissement worden gebracht.
Op 7 september 2008 ziet de Amerikaanse overheid zich genoodzaakt om de twee grootste hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac uit de financiële problemen te halen door ze te nationaliseren. Ook effectenbank Lehman Brothers raakt in de problemen en gaat op 15 september 2008 zelfs bankroet. In een reactie daarop beleven de beurzen op Wall Street de sterkste daling op één dag sinds de aanslagen van 11 september 2001. Beleggers verliezen het vertrouwen in de markt, met het gevolg dat de aandelenbeurzen in een vrije val terecht komen.
Al snel blijkt dat deze gebeurtenissen zich niet tot de VS beperken. Als gevolg van de sterke verbondenheid tussen de internationale financiële markten raken banken in Europa en Azië in de loop van 2008 ook in de financiële moeilijkheden. Ook in deze werelddelen kelderen de beurskoersen vervolgens met ongekende snelheid.
Door de problemen bij de banken komt ook het bedrijfsleven in de problemen. Bedrijven kunnen geen kredieten meer krijgen en het vertrouwen in de economie daalt. De kredietcrisis ontwikkelt zich tot een brede economische crisis. Toen in 2009 de Europese economie weer langzaam aantrok, ontstond in Griekenland een nieuwe crisis: de schuldencrisis.
Inhoudsopgave van deze pagina:
In november 2008 is er voor het eerst sprake van een recessie in de eurozone. In het vierde kwartaal van 2008 krimpt de Europese economie gemiddeld met 1,2 procent, in het eerste kwartaal van 2009 zelfs met 2,8 procent. Vooral de nieuwe lidstaten hebben zwaar te lijden onder de negatieve ontwikkelingen in de wereldeconomie. Slowakije, Letland en Litouwen laten bijvoorbeeld elk een economische krimp zien van meer dan 10 procent.
Ook de werkloosheid neemt gestaag toe binnen de Europese Unie. Vooral Spanje, Letland en Litouwen hebben hoge werkloosheidscijfers van ruim boven de 14 procent. In verhouding hiermee doet Nederland het in dezelfde periode nog relatief goed met de laagste werkloosheid van Europa: 2,9 procent.
Net als in de Verenigde Staten komt ook in Europa een aantal grote banken zwaar in de problemen. Als gevolg van angst op de internationale kapitaalmarkt houden banken wereldwijd de hand op de knip. Dit leidt ertoe dat banken geen leningen meer verstrekken, niet aan consumenten en ook niet aan elkaar. Grote banken als het Zwitserse UBS en het Nederlandse ING lijden recordverliezen en moeten met steun van de overheid overeind gehouden worden. Het Engelse Northern Rock, de IJslandse Landsbanki, het Belgisch-Nederlandse Fortis en het Nederlandse ABN AMRO worden zelfs geheel genationaliseerd.
Met het oog op de bovenstaande ontwikkelingen kon een Europese reactie niet uitblijven. In oktober 2008 bereiken de Europese ministers van Financiën een principe-akkoord over het instellen van een garantie op spaartegoeden voor een bedrag van ten minste 50.000 euro per rekeninghouder. Nederland heeft die garantie zelfs verhoogd tot 100.000 euro. Dit is bedoeld om te voorkomen dat mensen massaal hun geld gaan opnemen uit angst om anders hun spaartegoeden te verliezen.
Om ook het vastgelopen financiële verkeer tussen banken te stimuleren hebben de vijftien landen van de eurozone in het bovengenoemde principe-akkoord ook besloten om garant te staan voor leningen tussen banken. Daarnaast willen zij ook 'gezonde' banken desgewenst financieel ondersteunen met leningen, om de Europese burger zo meer vertrouwen in de economie te geven. In Nederland maken onder meer AEGON en SNS REAAL gebruik van deze regeling.
Het geld dat wordt gebruikt om de banken financieel te ondersteunen is afkomstig van de nationale overheden. Voor enkele landen blijkt deze economische belasting echter te hoog. Na IJsland (8,1 miljard dollar) en Oekraïne (16,5 miljard dollar) krijgt Hongarije eind oktober 2008 als eerste EU-land financiële hulp om de economische crisis te kunnen doorstaan. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de EU en de Wereldbank verstrekken gezamenlijk een lening van 20 miljard euro.
Economisch herstelplan
Eind november 2008 heeft de Europese Commissie besloten om een Europees Economisch Herstelprogramma te lanceren. Door een bedrag van 200 miljard euro moet de Europese economie een positieve impuls krijgen. Het overgrote deel, 170 miljard, is afkomstig van de EU-lidstaten. De overige 30 miljard wordt betaald door de Commissie. Met het plan moeten onder meer belastingmaatregelen worden gefinancierd, wegen worden aangelegd en Europese internetfaciliteiten worden uitgebreid. Ook krijgen de bouwsector en auto-industrie miljardensteun.
Met deze maatregelen hoopt de Commissie de vraag naar goederen en diensten te verhogen. Hiermee moet de kans op een langdurige recessie worden verkleind. De te nemen maatregelen zullen niet voor alle lidstaten hetzelfde zijn. Elke lidstaat kan zelf bepalen welke maatregelen geschikt zijn voor de nationale situatie. Wel wordt van iedere lidstaat verwacht minimaal 1,5 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) in economische stimuleringsmaatregelen te steken. Het Nederlandse pakket van zo'n 6 miljard euro omvat onder meer lastenverlichting voor bedrijven, werktijdverkorting en het verlagen van de WW-premie.
Ook heeft de Commissie op 29 april 2009 de begroting van de Europese Unie voor 2010 bekend gemaakt. Het budget bedraagt 141,5 miljard euro. Een groot deel van dit budget wordt ingezet om de Europese economie er weer bovenop te helpen. Banen scheppen en de concurrentiepositie van de Europese Unie in de wereld versterken zijn daarbij speerpunten.
Het voorstel is voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Deze organen hebben inmiddels ingestemd met het budget.
Begrotingsregels EU
De Europese begrotingsregels, waarbij onder meer een tekort van maximaal drie procent van het bruto binnenlands product is toegestaan, zullen gehandhaafd blijven. Wel zal de Commissie deze begrotingsregel flexibel toepassen. Bij overtreding van de drie-procent norm moeten lidstaten ervoor zorgen zo snel mogelijk weer onder dit plafond te komen. Volgens de huidige planning moeten de begrotingstekorten vanaf 2011 weer worden afgebouwd, als het economisch herstel dat tenminste toelaat.
Op 15 november 2008 vond in Washington een topontmoeting van de twintig machtigste industrielanden (G20) plaats. Tijdens deze ontmoeting werd door de deelnemende landen besproken hoe de economische crisis wereldwijd effectief kan worden aangepakt. Hieruit kwamen zes punten naar voren:
-
-het IMF moet een versterkte centrale rol krijgen in het internationale financiële systeem
-
-er moet strenger internationaal toezicht komen op het naleven van wetten op financieel en fiscaal gebied
-
-belastingparadijzen worden taboe en boekhoudstandaarden moeten worden geharmoniseerd
-
-er moet een internationale gedragscode komen die de huidige 'graaicultuur' moet tegengaan
-
-er moet meer en beter toezicht komen op de wereldwijde bankensector
-
-het moet voorkomen worden dat landen protectionistische maatregelen nemen om de eigen industrie te beschermen
De landen konden echter niet tot een gezamenlijk plan voor fiscale stimuleringsmaatregelen komen, zoals de door Europa gewenste belastingverlagingen en een verhoging van de overheidsuitgaven om de economie te stimuleren.
In april 2009 kwam de G20 opnieuw bij elkaar in Londen. Tijdens deze bijeenkomst werd besloten de middelen van het IMF te verdrievoudigen. Dominique Strauss-Kahn, hoofd van het IMF, stelde dat het IMF daarmee terug op de kaart staat. Daarnaast werd 180 miljard euro voor nieuwe handelskredieten beschikbaar gesteld.
In juni 2010 werd in het Europees Parlement een akkoord bereikt over het vanaf 2011 aan banden leggen van bonussen voor bankiers en over het opleggen van strengere kapitaaleisen aan banken.
Op de G8-top in Italië op 8, 9 en 10 juli 2009 spraken de regeringsleiders hun vertrouwen uit in een spoedig herstel van de wereldwijde economie. "De dalende trend zet niet door, de economische crisis heeft zijn dieptepunt bereikt", aldus de Italiaanse premier Silvio Berlusconi. Wel waarschuwden de aanwezige leiders dat er een grote verantwoordelijkheid rust op de schouders van de internationale bankiers: "Uitgangspunten als moraal en ethiek moeten weer terugkeren in de werkwijze van de financiële instellingen wereldwijd."
De Europese Commissie is het daarmee eens en heeft een voorstel ingediend voor Europese regelgeving voor een verscherpt toezicht op banken in Europa. Het meest in het oog springende punt uit dit voorstel betreft het oprichten van een Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT). Het ESFT heeft als doel om de samenwerking tussen de verschillende financiële autoriteiten binnen de EU beter te laten verlopen. Door middel van onderling overleg en coördinatie vanuit het ESFT zal de Europese bankensector zich verantwoordelijker gedragen, zo hoopt de Commissie.
Onder druk van het Europees Parlement hebben de ministers van Financiën van de EU-landen daarnaast op 13 juli 2010 ingestemd met de oprichting van een Europese toezichthouder. Deze toezichthouder zal financiële instellingen gaan controleren en indien nodig maatregelen treffen tegen banken en verzekeraars. Bovendien zal de toezichthouder ingrijpen als nationale toezichthouders het niet eens zijn met elkaar over een grensoverschrijdende bank of verzekeraar.
Het Europees Parlement wil bovendien dat alle Europese toezichthouders werkzaam zijn in Frankfurt. De ministers zijn het hier echter niet mee eens en zijn van mening dat de toezichthouders verspreid moeten worden over Londen, Parijs en Frankfurt. Minister Jan Kees de Jager hoopt dat de Europese toezichthouder per 1 januari 2011 van start zal gaan. Het Europarlement moet echter eerst nog akkoord gaan.
Europese financiële waakhonden
In september 2009 heeft de Europese Commissie besloten tot de oprichting van twee toezichthouders voor de Europese financiële markten. Dit zijn het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) en het Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT).
Deze twee nieuwe toezichthouders nemen de taken over van drie reeds bestaande adviserende instanties, te weten het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBT), het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CETVB) en het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER).
Het takenpakket van het ECSR en het ESFT bestaat uit:
-
-het voorstellen van technische normen waarbij gelet wordt op de beginselen van betere regelgeving;
-
-het oplossen van meningsverschillen tussen nationale toezichthouders wanneer deze op grond van wetgeving moeten samenwerken of overeenstemming moeten bereiken;
-
-het bijdragen tot een goede toepassing van technische gemeenschappelijke regels (onder meer via collegiale toetsingen);
-
-het uitoefenen van direct toezicht met betrekking tot kredietbeoordelaars door de Europese Autoriteit voor effecten en markte;n
-
-het vervullen van een coördinerende rol in noodsituaties.
Bovenstaande maatregelen komen voort uit het idee dat een verbeterd financieel toezicht de Europese economie kan behoeden voor de gevolgen van een toekomstige economische crisis zoals degene die de wereld sinds 2007 in haar greep houdt.
De voor Europa belangrijke Duitse en Franse economieën vertoonden vanaf het tweede kwartaal van 2009 weer een kleine groei. Ook het aantal bestellingen van industriële producten in de eurozone stijgt weer licht.
Vanaf eind 2009 ontstond echter een nieuwe crisis die de Europese economie bedreigde. Door enorme begrotingstekorten en staatsschulden in vooral Griekenland, kwam de geloofwaardigheid van de euro onder druk te staan. Door de enorme schulden van Griekenland was het land in de eerste helft van 2010 niet meer in staat geld te lenen op de kapitaalmarkt. De eurolanden, het IMF en de Europese Centrale Bank moesten Griekenland vervolgens te hulp schieten met een reddingsplan. Hiermee moest het vertrouwen in de euro worden hersteld.
Om te voorkomen de schuldencrisis zou overslaan naar andere Europese landen werden de ministers van financiën van de eurolanden het op zondagavond 9 mei 2010 daarnaast eens over een Europese noodregeling van 500 miljard euro voor lidstaten in schuldcrisis. Ook het IMF zette 220 miljard euro klaar voor noodlijdende eurolanden.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de economische crisis, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. De argumenten gaan over de rol die de EU in de discussie zou moeten spelen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Een controlemechanisme op Europees niveau kan toekomstige crises beter voorkomen
De markten zijn in deze tijd van globalisering zo met elkaar verbonden dat één gecoördineerd controleorgaan noodzakelijk is om grote financiële problemen aan te pakken. Het is niet meer efficiënt om verschillende systemen te gebruiken die overlappen of langs elkaar heen werken.
-
De monetaire unie bewijst in deze crisis onmisbaar te zijn.
Zonder de monetaire unie zouden de gevolgen van de kredietcrisis veel heftiger en schadelijker zijn geweest. Door de stabiele en sterke euro zijn de gevolgen vooralsnog beperkt gebleven voor Europa.
-
Een nieuw centraal Europees orgaan brengt veel bureaucratie en rompslomp met zich mee.
Wanneer er weer een nieuwe EU-instantie wordt opgericht, zal dit resulteren in nog meer regels waarop de nationale lidstaten hun wetgeving moeten aanpassen en die ze na moeten gaan leven.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

