1.

Begroting Europese Unie

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting wordt vastgesteld door de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement, nadat de Europese Commissie hiervoor een voorstel doet.

2.

Concurrentiebeleid

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel.

De Europese Unie zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.

3.

Coördinatie nationale economieën

Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden.

4.

Douane

Op 1 januari 1993 schaften de lidstaten van de Europese Unie alle douaneformaliteiten aan de binnengrenzen af. De EU werd één enkel grondgebied zonder grenscontroles. Binnen de Europese Unie mogen personen zich vrij verplaatsen. En ook goederen, diensten en kapitaal mogen vrij van het ene naar het andere land worden verplaatst.

5.

Economisch en monetair beleid

Met dit beleid wil de Europese Unie zorgen dat we in Europa meer inkomsten krijgen. Ook moeten er meer banen bij komen. Inkomsten en banen zorgen samen voor economische groei. De Europese Unie bepaalt in grote lijnen hoe het beleid eruitziet maar de EU-landen kunnen binnen die grenzen veel keuzes zelf maken.

6.

 Energiebeleid

De Europese Unie streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Concurrentie tussen energiebedrijven op de Europese markt moet de prijs van energie verlagen.

Ook hebben de EU-lidstaten afspraken gemaakt over het klimaatbeleid en het terugdringen van de luchtvervuiling. Beperking van het energieverbruik, of overstappen naar meer duurzame energiebronnen is daarbij van groot belang.

7.

Euro

De euro is een wettig betaalmiddel in zeventien lidstaten van de Europese Unie. Ook de andere lidstaten zijn verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Landen waar betaald wordt met de euro hebben het beleid met betrekking tot hun munt, zoals de wisselkoers, overgedragen aan één Europese financiële instelling. Die instelling is de Europese Centrale Bank  (ECB).

8.

Fiscaal beleid

De Europese Unie streeft naar afstemming van de belastingwetgeving tussen de lidstaten. Dit is van belang voor een optimale werking van de Europese markt en om zoveel mogelijk werkgelegenheid te creëren.

Het fiscaal beleid van de Europese Unie beoogt ten eerste het wegnemen van belemmeringen voor betalingsverkeer tussen de lidstaten. Ten tweede is het bedoeld om belastingregels in te perken die het voor EU-burgers moeilijker maken om in een andere lidstaat te werken.

9.

Fraudebestrijding

Het voorkomen en bestrijden van fraude staat hoog op de Europese agenda. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF houdt zich al meer dan tien jaar actief bezig met het opsporen en voorkomen van fraude met Europese gelden. Daarnaast coördineren lidstaten van de EU onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude.

Zo worden zaken als fraude met Europese landbouwsubsidies, sigarettensmokkel, valsemunterij met de euro of bestuurlijke corruptie aangepakt. Lidstaten die EU-gelden verkeerd aanwenden moeten het bedrag terugbetalen en kunnen rekenen op een fikse boete.

10.

Handel

De Europese Unie is de grootste exporteur en de grootste importeur ter wereld. De EU is verantwoordelijk voor bijna éénvijfde van de wereldhandel.

Om hun handelsbelangen in de wereld te beschermen, werken de 27 lidstaten van de Europese Unie samen bij de handel met derde landen.

11.

Informatiemaatschappij

Sinds de jaren '90 neemt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) enorm toe. Informatie-uitwisseling vindt steeds meer plaats met behulp van digitale technologieën. Het meest in het oog springende voorbeeld is het internet. Kennis en informatie zijn steeds makkelijker toegankelijk en spelen een belangrijke rol in onze economie en samenleving.

Een belangrijk element van het Europese beleid op dit terrein is om ICT-diensten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit geldt voor bijvoorbeeld telefonie, fax en internet. Dit beleidsterrein wordt sinds 2010 ook wel aangeduid als Digitale Agenda.

12.

Interne markt

Vanaf de jaren '60 is er in Europa gewerkt aan de opheffing van handelsbarrières tussen lidstaten van de Europese Unie om een gemeenschappelijke markt, zonder invoerrechten, en met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal te creëren. Dit proces werd in 1993 voltooid toen de grenscontroles tussen de lidstaten werden opgeheven.

Het creëren van deze interne markt heeft de verdere Europese samenwerkinge vanaf het begin af aan gestimuleerd. Dit praktische en economische proces heeft er namelijk voor gezorgd dat er nu ook op andere terreinen, zoals handel en energie, meer wordt samengewerkt. Ook heeft de interne markt geleid tot de oprichting van de Economische en Monetaire Unie en de invoering van een gemeenschappelijke munt.

13.

Ondernemingen- en industriebeleid

Bedrijven zijn belangrijk voor de economie. Ze zorgen voor werkgelegenheid. In een wereld die voortdurend verandert, helpt de Europese Unie ondernemers zodat zij zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden en kunnen blijven concurreren. Vooral kleine en middelgrote bedrijven worden gesteund.

14.

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Doel is het vergroten van het Europese concurrentievermogen. Europa moet een dynamische en concurrerende kenniseconomie worden. Daarnaast moet het beleid bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering.

15.

Regionaal beleid

In Europa bestaan grote welvaartsverschillen tussen de regio's. Vooral met de komst van tien nieuwe lidstaten in mei 2004 werden de verschillen tussen arm en rijk groter. De Europese Unie heeft voor het bevorderen van de economie in zwakke regio's binnen haar lidstaten diverse fondsen opgezet. Het geld daaruit wordt gebruikt om de positie van de arme regio's te verbeteren.

16.

Telecommunicatie

Het beleid voor Telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij. Binnen dit beleid heeft de Europese Unie zichzelf ten doel gesteld om de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor de Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden.

17.

Vervoer

De Europese regelgeving op het terrein van vervoer is er onder andere op gericht om drempels weg te nemen voor het internationale vervoer binnen de Europese Unie.

De vervoerssector van de Europese Unie is een belangrijke sector: het transport draagt voor ongeveer 7 procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3% toe.

Stel je vraag
Home