
Relatie EU-VS - Hoofdinhoud
Sinds de installatie van Barack Obama als President van de Verenigde Staten op 20 januari 2009 waren de verwachtingen over betere relaties tussen de VS en de EU hoog gespannen. Niet alleen in de Verenigde Staten zelf, maar ook in de rest van de wereld.
In Europa werd zijn boodschap van hoop, verandering en nadruk op internationale samenwerking gezien als een mogelijkheid om de betrekkingen met de Verenigde Staten nieuw leven in te blazen, nadat deze door de conservatieve koers van zijn voorganger George Bush enigszins bekoeld waren.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Onder de voorganger van Obama, de conservatieve Republikein George W. Bush (van 2001 tot begin 2009), was de relatie tussen de EU en de VS gaandeweg steeds slechter geworden. Dat proces was begonnen toen Bush in 2003 eigenhandig besloot om een oorlog tegen de Irakese dictator Saddam Hoessein te beginnen. De motieven waarmee de VS deze strijd aanging, bleken voor een groot deel niet juist te zijn.
Bovendien moest het internationale recht geregeld wijken voor de war on terror die Bush had afgekondigd: verdachten werden zonder proces opgesloten op Guantánamo Bay, Irakese gevangen werden gemarteld in gevangenissen zoals Abu Ghraib of weggesluisd via geheime CIA-vluchten. De weigering van Bush om mee te doen aan internationale inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, voedde de frustratie alleen nog maar meer.
Aan het eind van de tweede termijn van Bush, terwijl Obama met zijn hoopgevende verhaal van verandering en vooruitgang campagne voerde, kwam daar de zware financiële crisis nog bovenop. De schuld van de crisis, die vrijwel de gehele wereld in een diepe recessie stortte, werd voor een belangrijk deel in de schoenen geschoven van de doorgeslagen kredietcultuur in de VS en het onverantwoordelijke, op zelfverrijking gerichte gedrag van bankdirecteuren en aandeelhouders.
Deze ontwikkeling, die in de jaren negentig was ingezet, werd door de Republikeinen op geen enkele manier tegengegaan. Ondertussen lieten Republikeinen wel het begrotingstekort flink oplopen. De belastingen werden verlaagd en de kosten voor defensie dramatisch verhoogd. De oorlogen in Irak en Afghanistan hadden daarmee niet alleen nadelige gevolgen voor de stemming onder de bevolking, maar ook voor de overheidsfinanciën.
De Democraat Barack Obama beloofde een radicale ommezwaai. Met zijn fraai verwoorde boodschappen van hoop, hervorming en internationale samenwerking, gekoppeld aan de belofte van een groot financieel-economisch herstelprogramma, hoopte hij een herhaling van de economische crisis van de jaren dertig te voorkomen.
Maar zou er met het aantreden van Obama nu ook daadwerkelijk een einde komen aan de bekoelde betrekkingen tussen de EU en de VS? Als het aan de EU-burgers lag, was dat antwoord gauw gegeven. Obama leek de taal te spreken van Europa, zo vonden velen. Nog vóór zijn verkiezingen, in juli 2008, werd Obama als een held onthaald door een enorme mensenmassa in Berlijn. Honderdduizenden Europeanen waren daar samengekomen om te luisteren naar één van zijn inspirerende toespraken.
Nadat Obama in November 2008 tot president was gekozen, maakte hij vrijwel onmiddellijk een einde aan het martelen van gevangenen en begon hij aan de sluiting van de beruchte gevangenis voor terroristische verdachten, Guantánamo Bay. Hij legde zich vast op een einddatum voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak en sprak zich verschillende keren uit klimaatbescherming. Sinds Obama's aantreden werden de VS wel weer een actieve speler op het internationale toneel, maar sommige resultaten bleven uit. In de praktijk was sluiting van Guantánamo Bay bijvoorbeeld lastiger te realiseren dan was gehoopt en er kwam geen nieuw klimaatverdrag.
De uitgestoken hand naar Rusland, het pleidooi voor een kernwapenvrije wereld, het nieuwe enthousiasme waarmee hij de Verenigde Naties toesprak, allemaal initiatieven die in Europa met instemming werden begroet. Zijn inspanningen op het gebied van internationale samenwerking leverden hem zelfs al de Nobelprijs voor de Vrede op. De jury kende hem de prijs toe voor zijn 'buitengewone inspanningen om de internationale diplomatie en samenwerking tussen volkeren te versterken'. Obama ontving de prijs in december 2009. Niet iedereen was het eens met de toekenning van deze prijs aan Obama aangezien hij nog weinig tijd had gehad om zijn voornemens voor een betere wereld om te zetten in concrete resultaten. Ook Obama zelf voelde zich enigszins ongemakkelijk met de prijs. Hij nam de prijs dan ook 'in alle nederigheid' in ontvangst.
Ingrijpende maatregelen, zoals het verminderen van de CO2-uitstoot, het reguleren van de financiële markten en de hervorming van de zorg, stuitten op verzet in het Amerikaanse Congres en de Senaat. Voor veel Amerikanen is de VS nog steeds het land van onbegrensde mogelijkheden en eigen verantwoordelijkheid. Hierin past overheidsingrijpen niet, vooral niet als het gaat om het verdelen en publiek besteden van belastingsgeld.
Iedereen heeft in de VS het recht miljonair te worden, maar iedereen heeft ook het recht volledig te verloederen, zo drukte een vooraanstaande Republikein zich uit in de felle, emotionele discussie over een nieuw zorgstelsel, dat ook voor de allerarmsten toegankelijk moet worden. Obama heeft een belangrijk historisch akkoord op zijn naam kunnen schrijven met het bereiken van een akkoord over dit nieuwe zorgstelsel. Het is zijn grootste overwinning tot nu toe, maar die is niet zonder slag af stoot tot stand gekomen.
De Amerikanen zijn sinds de verkiezing van Obama iets toeschietelijker geworden als het gaat om de strijd tegen de klimaatverandering, maar helaas heeft dit nog tot resultaten geleid. De grote klimaatconferentie in Kopenhagen in december 2009 heeft niet de langverwachte doorbraak opgeleverd. De conferentie werd na lang onderhandelen uiteindelijk afgesloten met een juridisch niet-bindend akkoord. Obama bracht op het laatste moment nog dit compromis naar voren.
De uitkomst was vooral een goed voornemen om op de volgende klimaattop in Mexico wel een goed akkoord te bereiken. Eerder al durfden de presidenten Clinton en Bush het niet aan om het Kyoto–protocol over het tegengaan van klimaatverandering aan de volksvertegenwoordiging voor te leggen. Zeker zolang grote opkomende economieën als China en India nog weigeren zich concreet vast te leggen op klimaatvriendelijke maatregelen, blijft de VS terughoudend. Ook in Kopenhagen bleek dat de opkomende economieën zich niet juridisch wilden binden aan concrete klimaatdoelen.
Obama ziet ondertussen wel wat in het opstellen van een volledig nieuw klimaatplan, dat afzonderlijke staten zelf verantwoordelijk zou stellen voor de manier waarop zij klimaatdoelen bereiken. Maar daar zit Europa niet op te wachten omdat het haar economie inmiddels heeft ingericht op de bindende eisen van het Kyotoverdrag. Bovendien zou het uitonderhandelen van een geheel nieuw plan jaren vertraging opleveren in de mondiale aanpak van de uitstoot van broeikasgassen, wat het gevaar groter maakt dat de klimaatverandering tot onomkeerbare gevolgen leidt.
De Europese Unie heeft wel aangegeven dat zij zich, ondanks het uitblijven van een akkoord, wil blijven inzetten om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 20% te verminderen. Als andere grote (opkomende) industrielanden ook meedoen wil de EU uiteindelijk een vermindering van 30% realiseren.
Een ander heikel punt in de wederzijdse relatie is de toekomst van Afghanistan. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in New York besloten de Amerikanen om een eind te maken aan het Talibanbewind in Afghanistan en de jacht te openen op Osama Bin Laden en zijn volgelingen.
De terroristische organisatie Al Qaida van Bin Laden, die door de Amerikanen verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen in New York, had namelijk onderdak gevonden bij de Taliban. De Amerikaanse regering kreeg al snel internationale hulp bij zijn pogingen het onder armoede, oorlog en onderdrukking zuchtende Afghanistan opnieuw op te bouwen.
Met instemming van de Verenigde Naties ging in 2003 de International Security Assistance Force (ISAF) aan de slag in de provincies waar de Taliban zich nauwelijks meer lieten zien. Het doel was van Afghanistan een door een centrale overheid gecontroleerde democratische rechtsstaat te maken waar terroristische organisaties geen kans zouden zien zich te organiseren.
Maar de balans na acht jaar Westers ingrijpen in Afghanistan is niet zonder meer gunstig. Hoewel de Taliban uit de meeste Afghaanse steden grotendeels verdreven zijn, heeft Al Qaida zich verschanst in onherbergzame gebieden van buurland Pakistan. Bovendien proberen kleine Talibaneenheden in het dunbevolkte binnenland van Afghanistan nog altijd het wankele overheidsgezag te ondermijnen. Noch ISAF, noch de Amerikanen, zijn tot nu toe in staat gebleken een lokale overheidssector op te bouwen die de Taliban buiten de deur kan houden.
Zijn hoogste militaire adviseurs hebben Obama geadviseerd om het aantal Amerikaanse troepen in Afghanistan met nog eens 45.000 te verhogen. In december 2009 heeft Obama bekend gemaakt dat hij 30.000 extra militairen naar Afghanistan zal sturen. Dit besluit verhoogt de druk op de Europese NAVO-partners om ook een grotere bijdrage te leveren. In steeds meer Europese lidstaten groeit echter het verzet tegen verlenging, laat staan uitbreiding, van de missie.
De oorlog heeft niet alleen aan vele honderden ISAF-militairen het leven gekost, maar drukt ook nog eens zwaar op de defensiebegrotingen van de deelnemende landen. De recessie dwingt overheden op zoek te gaan naar forse besparingen. Voor sommigen is het militaire avontuur in Afghanistan een verleidelijke bezuinigingspost.
In het verlengde van de Afghanistandiscussie speelt ook nog de opvang van de gevangenen van Guantánamo Bay. Deze gevangen kunnen vaak niet terug naar hun thuisland, omdat zij daar hun leven niet meer zeker zijn. Hoewel de EU altijd felle kritiek heeft geleverd op het bestaan van het detentiecentrum, lijkt er weinig animo te zijn in Europa om vrijgelaten gevangenen op te nemen en zo de gevolgen te dragen van het sluiten van Guantánamo.
Los van deze internationaal-politieke wrijvingspunten, hebben beide partijen ook qua handelspolitiek nog wel het nodige op te lossen. De Amerikanen ergeren zich fors aan de grote terughoudendheid van de EU om genetisch gemanipuleerde gewassen uit de VS te importeren. Verder beschuldigen beide partijen elkaar van concurrentievervalsing in de luchtvaartsector door overheidssteun te verlenen aan de eigen vliegtuigbouwers, respectievelijk het Europese Airbus en het Amerikaanse Boeing.
Tot slot botert het nog steeds niet in de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord om de handelsbarrières in de geïndustrialiseerde wereld verder weg te nemen. Deze zogeheten Doha-onderhandelingen worden gevoerd binnen het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en startten in 2001. De onderhandelingen hadden oorspronkelijk in 2006 afgerond moeten zijn, maar de grote economische machtsblokken, de VS, EU, China, India en Brazilië, zijn het nog steeds oneens over de verdere opening van hun agrarische en industriële markten.
De internationale economische crisis maakt de situatie er niet gemakkelijker op. De angst voor bescherming van de eigen markt, ten koste van andere landen, is groot. Hoewel Obama zelf al in het begin heeft gezegd niet te willen toegeven aan interne druk van bedrijven en vakbonden om beschermingsmaatregelen in te voeren, is dat onlangs toch gebeurd.
Tot woede van China besloot de president tot een extra heffing op de import van Chinese autobanden. Het zijn vooralsnog relatief kleine incidenten, maar ze kunnen tot een sneeuwbaleffect leiden. De enorme overheidsschuld bij de Amerikanen blijft een dreigend kwaadaardig virus dat niet alleen de trans-Atlantische betrekkingen kan vergiftigen, maar ook het hele bouwwerk van internationale handelsrelaties, dat de afgelopen decennia zoveel voorspoed heeft gebracht.
De komst van Obama blies de relatie tussen de EU en de VS nieuw leven in. Ondanks het verschil van inzicht op diverse onderwerpen waren er voldoende mogelijkheden voor hernieuwde samenwerking op allerlei vlakken.
De samenwerking liep in februari 2010 even spaak, toen president Obama zich afmeldde voor een topontmoeting met de EU. Bovendien werd duidelijk dat de president teleurgesteld bleek in eerdere ontmoetingen tussen de VS en de EU. De minister van Buitenlandse Zaken van EU-voorzitter Spanje, Miguel Angel Moratinos, verklaarde bezorgd te zijn dat de EU zich aan de kant zou laten zetten in diplomatieke relaties met de Verenigde Staten.
Het Europees Parlement opende in april 2010 een vertegenwoordiging bij het Amerikaanse Congres. Doel van de vertegenwoordiging is de relatie tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres te verdiepen. Dat is belangrijk omdat met het Verdrag van Lissabon de positie van het Parlement sterker geworden is.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de relatie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Uiteraard is bij alle standpunten wel een kanttekening te plaatsen, wat de discussie boeiend maar niet eenvoudiger maakt. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De Europese Unie zou eens wat strenger tegen de VS moeten optreden
Hoewel de Verenigde Staten nog steeds een van de machtigste landen ter wereld zijn, zou de EU zich best eens wat standvastiger mogen opstellen in de onderlinge relaties. Of het nu gaat om handelsgeschillen, een wereldwijd klimaatplan of deelname aan oorlogen tegen het internationale terrorisme, de Europese landen moeten niet bang zijn om de VS op zijn internationale verantwoordelijkheden te wijzen.
-
De Europese Unie heeft de VS hard nodig
In allerlei internationale discussies, over bijvoorbeeld handel of het klimaat, kunnen we simpelweg niet om de Verenigde Staten heen. Als een van de machtigste landen ter wereld is de VS onmisbaar aan de internationale vergadertafels. Neem bijvoorbeeld het klimaat: als rijke industriestaat heeft de VS een groot aandeel in de wereldwijde uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Het heeft daarom voor Europa en de rest van de wereld weinig zin om klimaatplannen te ontwikkelen zonder de VS.
-
De Europese Unie kan zich beter richten op goede relaties met andere grootmachten
Opkomende grootmachten als Rusland, India, China en Brazilië krijgen internationaal steeds meer invloed. Het zou voor de Europese landen verstandig zijn om juist met deze landen goede relaties te ontwikkelen. De VS is uiteraard belangrijk, maar Europa moet ook verder kijken in de wereld.
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

