
-
16-12-2011Verklaring Eurocommissaris Cecilia Malmström over de Internationale Dag van de Migrant (en)
-
13-12-2011EU-ministers van Binnenlandse Zaken verdeeld over grenscontroles (en)
-
13-12-2011Uitzettingskosten illegale werknemer verhalen op werkgever
-
13-12-2011Raadsbesluiten over Europese Agenda en integratie inwoners van derde landen (en)
-
13-12-2011Raadsbesluiten over betere informatie uitwisseling gegevens SIS en SIRENE (en)
-
13-12-2011Nieuwe richtlijn voor migrerende arbeiders (en)
Illegale werknemers van buiten de EU - Hoofdinhoud
In mei 2009 gingen de Europese landen akkoord met een algeheel verbod om binnen de Europese Unie illegaal in een lidstaat verblijvende personen uit derde landen (d.w.z. van buiten de EU) in dienst te nemen. Werkgevers die dat toch doen, worden hard aangepakt. Via stevige boetes of in uitzonderlijke gevallen strafrechtelijke vervolging wil Brussel de aantrekkingskracht van Europa voor economische gelukzoekers verminderen. Het verbod is een onderdeel van een breed scala aan (voorgenomen) maatregelen om illegale immigratie tegen te gaan.
De Europese Unie oefent een enorme aantrekkingskracht uit wegens de gemakkelijke toegang tot illegaal werk en het imago van een rechtvaardige samenleving. Vooral in de landbouw, de schoonmaak, de horeca en de bouw is veel vraag naar goedkope arbeidskrachten die bereid zijn het arbeidsintensieve, ’vuile' werk op te knappen. De Europese burger voelt er steeds minder voor om voor een hongerloontje en onder vaak slechte arbeidsomstandigheden de handen uit de mouwen te steken. Met het verbod moet via een geharmoniseerde aanpak worden voorkomen dat werkgevers misbruik maken van illegale arbeidskrachten en daarmee de aantrekkingskracht van de EU voor illegale immigratie in stand houden.
Gezien de geringe aantrekkingskracht van deze slecht betaalde banen voor reguliere Europese burgers is er overigens nauwelijks sprake van verdringing van de werkgelegenheid voor plaatselijke werknemers. Sommige sectoren, zoals de tuinbouw, zouden de internationale concurrentie zelfs niet eens overleven zonder het goedkope arbeidsaanbod van illegalen. Aan de andere kant kan deze situatie uitmonden in oneerlijke concurrentie tussen bedrijven in lidstaten waar illegale arbeid oogluikend wordt toegestaan en ondernemingen die wel stevig worden gecontroleerd door de overheid.
Maar los van de economische kant leidt deze situatie ook gemakkelijk tot uitbuiting van een groep personen die zich vanwege hun illegale status niet of nauwelijks kan verweren. De illegaal blijft verstoken van medische zorg, pensioenopbouw of een vorm van uitkering als hij zijn baan kwijt raakt.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De Europese Commissie wilde vooral werkgevers waarvan kon worden aangetoond dat zij illegale werknemers uit derde landen in dienst hadden, door middel van stevige boetes aanpakken. Die boetes konden fors oplopen als de werkgever in herhaling viel. Bovendien zou de werkgever de kosten van terugkeer van de illegale werknemer moeten betalen. Ook zou de werkgever alsnog worden aangeslagen voor de ontdoken belastingen en zou hij verplicht zijn alle nog niet uitbetaalde (uur)vergoedingen aan de illegale werknemer uit te keren. Als een werkgever voor de derde keer binnen twee jaar in de fout zou gaan, staat het een lidstaat vrij de werkgever strafrechtelijk te vervolgen met de mogelijkheid van een gevangenisstraf. Tenslotte zou een lidstaat een betrapte werkgever moeten kunnen uitsluiten van overheidsopdrachten en subsidies.
Om te voorkomen dat het zover zou komen, werd van werkgevers gevraagd onderzoek te doen naar de verblijfsstatus van een werknemer en deze beschikbaar te houden voor controle door de overheid. Het zou volgens de Commissie nadrukkelijk niet de bedoeling zijn dat de werkgever een verlengstuk zou worden van de opsporing van illegalen. Maar een werkgever kon op die manier zijn ogen niet sluiten voor duidelijk zichtbare vervalsingen van een paspoort of een verblijfsvergunning.
Om overtredingen te voorkomen, werden lidstaten in het voorstel van de Commissie verplicht om jaarlijks in 10 procent van de bedrijven in de risicosectoren controles uit te voeren. Verder wilde de Commissie de onderlinge uitwisseling van ervaringen in de bestrijding van de illegale tewerkstelling stimuleren.
Het Europees Parlement behandelde de richtlijn in februari 2009 en ging in grote lijnen akkoord met het voorstel. De voorstellen van de Commissie om de werkgever te laten betalen voor de terugkeerkosten en de controleverplichting van lidstaten om 10% van de bedrijven te onderzoeken, sneuvelden in het Parlement. De Nederlandse Europarlementariër Esther de Lange was daar blij mee omdat het gevaar zou bestaan dat inspecteurs dan alleen de kleine bedrijven zouden opzoeken om snel klaar te zijn. Het zou beter zijn om te werken met een risico-analyse.
Door middel van amendementen vroeg het parlement wel aandacht voor het lot van de illegale werknemer. Als er bijvoorbeeld sprake zou zijn van een verkapte vorm van slavernij (mensenhandel) moest een lidstaat de mogelijkheid hebben een tijdelijke verblijfsvergunning uit te reiken. Ook moest een werknemer de kans krijgen al dan niet rechtstreeks, bijvoorbeeld via een vakbond of een mensenrechtenorganisatie, een klacht in te dienen tegen de werkgever of zich tegen uitzetting te verweren. Want hoewel de richtlijn niet bedoeld was om illegalen op te sporen, bleef de verplichting voor iedere lidstaat bestaan om deze arbeidskrachten uit derde landen terug te sturen. Verder zullen werkgevers die gebruik maken van minderjarige illegalen nog strenger gestraft moeten worden. De amendementen werden aangenomen.
Ook kregen individuen die gebruik maakten van de diensten van een schoonmaker of hulp in de huishouding een soepeler behandeling.
PvdA en GroenLinks ondersteunden wel het doel van de richtlijn, maar stemden toch tegen. PvdA'ster Emine Bozkurt vond het voorstel te veel verwaterd. Grootste minpunten waren volgens haar dat de opdrachtgevers van een bedrijf met illegalen niet aangepakt kunnen worden en dat een illegaal kan worden uitgezet voordat hij zijn achterstallige loon krijgt.
Namens de Commissie voor de rechten van de vrouw pleitte de Nederlandse Europarlementariër Esther de Lange (EVP/CDA) in een eerder stadium voor speciale aandacht voor de bijzonder kwetsbare groep van vrouwelijke illegale migranten. Zij zijn vaak het slachtoffer van gedwongen arbeid, mensenhandel en geweld en verdienen een aangepaste benadering, meende zij.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over illegale werknemers van buiten de EU, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u Uw reactie zelf geven.
-
Illegale werknemers zijn juist goed voor de economie
Een effectieve bestrijding van illegale arbeid kan slecht uitpakken voor bepaalde economische sectoren zoals de land- en tuinbouw en de schoonmaaksector. Bovendien kan het leiden tot verdere uitbuiting van illegale personen die geen kant meer op kunnen.
-
In een Europese interne markt moet ook het legaal en illegaal verblijf van werknemers geregeld worden
Een geharmoniseerde aanpak van illegale arbeid leidt tot eerlijker concurrentieverhoudingen binnen de Europese Unie en minder uitbuiting van kwetsbare groepen.
-
De Europese richtlijnen zijn de opmaat naar een gemeenschappelijke Europees migratiebeleid
Door regels op te stellen onder welke voorwaarden migranten uit derde landen in de EU mogen werken, worden ook de voorwaarden geschapen wanneer zij om economische redenen naar de EU mogen migreren.
-
De Europese regels leiden er toe dat de lidstaten bevoegdheden over het immigratie- en integratiebeleid verliezen
In de 20e eeuw bepaalden de lidstaten van de EG zelf onder welke voorwaarden de komst van (gast)arbeiders al dan niet werd gestimuleerd. In de huidige EU met open binnengrenzen is een migratiebeleid van lidstaten dat niet op elkaar is afgestemd echter onwerkbaar.
-
Er moet ook een zgn. Lichtblauwe Kaart voor ongeschoolde werknemers komen
Op dit moment behandelt het Europees Parlement met de Raad wetgeving om hoogopgeleide werknemers uit derde landen te stimuleren in de EU te komen werken (de Blauwe Kaart). Gezien de vergrijzing en loonontwikkeling, is er echter ook een groeiende behoefte aan ongeschoolde arbeid voor laagopgeleiden.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

