Afgelopen week hoorde ik een boze meneer op de radio roepen dat de Amerikaanse president Obama zich niet moet bemoeien met de mogelijke toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Barack Obama sprak zich namelijk wel erg positief uit over deze toetreding.
Die boze meneer was Hans van Baalen, lijsttrekker van de VVD bij de Europese parlementsverkiezingen, maar dat wist ik toen nog niet. Ik luisterde en verbaasde me over de boosheid, pas aan het einde van het gesprek hoorde ik dat de woorden kwamen van een Europese lijsttrekker. Dat maakte dat ik nog meer verbaasd raakte. Naar mijn weten is de VVD in principe ook een voorstander van Turkse toetreding tot de EU, dus zou hij het eens moeten zijn met Obama. Daarnaast lijkt een lijsttrekker, een politiek zwaargewicht, mij ook iemand die weet dat een Amerikaanse president wel eens uitspraken doet die niet perse binnen zijn eigen machtsveld liggen. Waarom dan die boosheid?
Misschien was van Baalen wel meer gericht op publiciteit dan op de boodschap. Gaat het soms meer om de aandacht dan de inhoud? Het zou zo maar kunnen, het is immers niet gemakkelijk om veel aandacht te krijgen voor de Europese verkiezingen. Zou hij soms door middel van deze uitspraken aandacht willen creëren voor de verkiezingen in juni? Opeens vond ik het niet zo gek meer dat hij boos was. Was hij soms boos op de media? Boos op het feit dat de media zo weinig aandacht heeft voor de verkiezingen, maar wel voor de president van de Verenigde Staten die iets zegt over Turkije. Een mooie maar trieste constatering; Obama’s uitspraken krijgen meer aandacht dan de personen die daadwerkelijk de beslissingen nemen over het onderwerp van die uitspraken. Misschien zou ik dan toch ook een klein beetje boos worden.
Pieter Schavemaker