
Jij mag je stem uitbrengen voor het Europees Parlement - Hoofdinhoud
Van 4 tot en met 7 juni 2009 vonden in de 27 lidstaten van de Europese Unie (EU) verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) plaats voor de periode 2009-2014. In Nederland waren de verkiezingen op donderdag 4 juni. Bij de Nederlandse verkiezingen zijn 25 van de 736 EP-zetels te verdelen. Als het Verdrag van Lissabon van kracht wordt en Nederland een 26ste zetel in het Parlement krijgt, zal deze worden toegwezen aan de PVV . De partij krijgt deze zetel op basis van de verdeling van de restzetels.
De verkiezingen hebben in Nederland vooral winst opgeleverd voor de PVV, D66 en GroenLinks. PvdA en VVD leden verlies. Datzelfde geldt voor het CDA, maar die partij blijft met 5 zetels wel de grootste. In het Europees Parlement blijft de christendemocratische EVP de grootste fractie. De socialisten en liberalen raken zetels kwijt.
De offciële zetelverdeling ziet er als volgt uit:
partij |
zetels |
CDA |
5 |
PVV |
4 |
PvdA |
3 |
VVD |
3 |
D66 |
3 |
GroenLinks |
3 |
CU/SGP |
2 |
De Europese verkiezingen worden gehouden op basis van evenredige vertegenwoordiging: hoe meer stemmen, hoe meer zetels.
De vaste verdeling van zetels per land maakt dat er via nationale verkiezingslijsten gekozen wordt. In beginsel vertegenwoordigen de Europarlementariërs direct het belang van de Europese burger en niet dat van Nederland. Wel doen de Nederlandse partijen mee met zowel hun eigen partijnaam als de Europese: Zo is er de lijst CDA-EVP en VVD-ELD en D66 ELD of PvdA-PES.
Verschillende Europese partijen pleiten er al jaren voor om voortaan wel met Europese lijsten te gaan werken om de betrokkenheid van de kiezers te vergroten. Zo staan de verkiezingen meer in het teken van de politieke kleur van de komende Europese Commissie: of deze meer Christen-democratisch, sociaal-democratisch of liberaal getint wordt, en van welke groep de Commissievoorzitter komt. Het Parlement heeft namelijk een sterke stem bij de benoeming van de Commissievoorzitter en de Commissie als geheel.
De Europese verkiezingen staan veelal in het teken van nationale onderwerpen en gelden vaak als populariteitstest voor de zittende regering. Omdat de opkomst echter als regel laag is (voor zover er geen opkomstplicht geldt) is de politieke betekenis daarvan echter gering. Bij de verkiezingen van 2004 waren er ruim 342 miljoen kiezers. Er waren dat jaar in totaal ruim 14.500 kandidaten.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Sinds 1979 vinden rechtstreekse verkiezingen plaats voor de leden van het Europees Parlement. Alleen bij de verkiezingen in 1979 en 1984 was de opkomst in Nederland hoger dan 50 procent. In 1999 was er een dieptepunt met een opkomst van bijna 30 procent.
jaar |
opkomstpercentage |
|---|---|
1979 |
58,1 |
1984 |
50,1 |
1989 |
47,5 |
1994 |
35,7 |
1999 |
29,9 |
2004 |
39,1 |
2009 |
36,5 |
In andere EU-landen lag de opkomst in 2004 tussen de 16 (Slowakije) en 82 (Malta) procent (België, Griekenland en Luxemburg kennen een opkomstplicht). Gemiddeld was de opkomst in de EU 45,5 procent.
De interesse in en kennis van de Europese verkiezingen is nog niet erg groot. Zo weet 85% van de Nederlanders niet in welk jaar de Europese verkiezingen worden gehouden. 58% van de mensen is minimaal enigszins geïnteresseerd in de verkiezingen. Dat is meer dan het Europees gemiddelde (46%).
Van de Nederlanders zegt 43% zeker te gaan stemmen. Zo'n 9% zegt zeker niet te gaan stemmen. In die laatste groep komen relatief veel jongeren en lageropgeleiden voor.
Nederlanders laten andere factoren meespelen in hun stem dan de gemiddelde Europeaan. Nederlanders hechten met name veel waarde aan de standpunten van de partij van de kandidaat waar ze op stemmen en aan de standpunten van de kandidaat zelf over Europese kwesties.
De gemiddelde Europeaan vindt de ervaring van de kandidaat en de standpunten van de kandidaat over binnenlandse kwesties het belangrijkste. De gemiddelde Europeaan hecht minder waarde dan de Nederlander aan inhoudelijke Europese standpunten.
belangrijkste factoren bij uitbrengen van stem |
NL |
EU |
|---|---|---|
standpunten van de partijen van de kandidaat |
56% |
30% |
standpunten van de kandidaat over Europese kwesties |
54% |
36% |
ervaring van kandidaten |
48% |
40% |
standpunten van de kandidaat over binnenlandse kwesties |
42% |
37% |
ervaring op nationaal niveau |
26% |
29% |
persoonlijkheid van de kandidaat |
19% |
30% |
Belangrijke onderwerpen die worden genoemd bij de verkiezingen zijn veiligheid en economie. Dat geldt zowel voor de gemiddelde Nederlander als voor de gemiddelde Europeaan (alle rond 40%).
Bij sommige belangwekkende onderwerpen zijn duidelijke verschillen te zien tussen Nederlanders en Europeanen. Zie hiervoor in de onderstaande tabel de verschillen bij de onderwerpen klimaatverandering, werkloosheid, pensioenen en de internationale rol van de EU.
Onderwerp bij de Europese verkiezingen |
NL |
EU |
|---|---|---|
Werkloosheid |
25% |
47% |
Klimaatverandering |
47% |
33% |
Toekomst van pensioenen |
14% |
32% |
De rol van de EU op het internationale toneel |
34% |
15% |
De aandacht voor een onderwerp is vaak direct te verklaren door de impact die het onderwerp heeft op het dagelijkse leven in een land. Zo heeft Nederland weinig te kampen met werkloosheid en Nederlanders vinden het dus een minder belangrijk onderwerp voor de verkiezingen. Voor pensioenen geldt dat die in Nederland al relatief goed geregeld zijn en dat we ons er daarom minder zorgen over maken. Het belang dat we hechten aan internationaal optreden door de EU komt waarschijnlijk voort uit onze eigen geringe omvang en slagkracht op het internationale toneel. Het Europese gemiddelde bij klimaatverandering wordt onder andere verminderd door de geringe aandacht van de nieuwe oostelijke lidstaten. Daar is traditioneel gezien meer aandacht voor werkgelegenheid en economie, omdat die lange tijd slecht ontwikkelden.
bron: Eurobarometer Europese verkiezingen, voorjaar 2008
(sterk vereenvoudigd, in een filmpje van drie minuten)

