We kregen een overweldigend aantal inzendingen, van korte slogans, langs diepgaande gedichten tot aan pakkende columns. De mooiste dromen werden beschreven en de jury bestaande uit Hanna Bervoets en Ernst-Jan Pfauth had een zware taak, maar inmiddels zijn de winnaars gehuldigd en de prijzen uitgereikt.

Tijdens European Dreams op 23 februari in de Melkweg te Amsterdam werd de reischeque ter waarde van 350 euro uitgereikt aan Simone van Saarloos.


Simone van Saarloos neemt prijs in ontvangst

Naast haar op het podium stonden Bertine Klappe en Maikel Nouws die trotse winnaars waren van de tweede en derde prijs.

Natuurlijk willen we deze prachtige inzendingen niet voor alleen voor onszelf houden. Dus hieronder lees je de top 3 uit alle inzendingen van de ‘Schrijfwedstrijd voor

Eurodromers’.

 

Winnaar schrijfwedstrijd Eurodromers

 

1.

Trots is de toekomst

Zoals wel meer dingen in het leven, is de eigen Europese identiteit niet iets waar je op reflecteert wanneer je er zelf midden in zit. Mijn enige duidelijke definiëring van identiteit haal ik uit de krant, waar wordt geschreven dat mijn generatie geen krant leest. Niet alleen voel ik mij niet aangetrokken tot een stempel als deze, het zegt ook niets over de Europese identiteit. Om Europa te zien en voelen, moeten we de oceaan oversteken en in Amerika landen. In een achtergelegen ‘suburb’ aan de Oostkust, beleefde ik tijdens een jaar High School voor het eerst mijn Europese identiteit. I

In een plaatsje dat Westminster heette maar ook werd aangeduid als ‘white minster’ werd ik met mijn Europese neus op de feiten gedrukt: afkomst doet er wel degelijk toe. Aangezien Amerikaanse jongeren Europa als een walhalla beschouwen, waar ze allen eens op bedevaarttocht willen maar meestal niet gaan, had ik binnen enkele weken een Facebook vol vrienden. Mijn Europese achtergrond gaf een vrijbrief voor alles wat in Amerika verboden is. Dus blowde ik mij suf en bij een huisfeest was ik de enige die niet weg moest rennen wanneer de politie kwam, want ik was immers Europees en de agenten begrepen best dat ik ook in Amerika niet zonder mijn biertje kon. Wisten zij veel dat je op je vijftiende in Nederland ook nog niet mag drinken.

Mijn Europese paspoort was een excuus en een drijfveer tot geweldige belevenissen: mijn hele uitwisselingsjaar leunde op de schouders van het vrije Europa. Plotseling hielden niet alleen mijn hysterische ‘Oh My God’ vrienden van Europa, maar was ook ik verliefd op mijn Europese identiteit. Hoewel ik mij nooit eerder bewust identificeerde met een zuipend, stoned en exhibitionistisch volk gedroeg ik mij nu waarlijk naar dat waar andere mij graag voor aanzagen. In een land waar de schooldag begint met “One nation under God”, kwam ik van God los. Lekker Europees.

Terug in Nederland verloor ik al gauw mijn trots. Men is hier namelijk niet trots op waar hij vandaan komt. Je identiteit behoort zich te baseren op individuele expressie en niet op achtergrond. Toch is ons anti-nationalisme wel degelijk een vorm van nationalisme. Wij achten onszelf zulke volgroeide wezens dat wij geen cultuur of afkomst nodig hebben om de rug te rechten.

Bij dezen pleit ik voor een herleving van nationalisme. Er is geen volk dat zo trots is als de Amerikanen, de dag begint immers niet voor niets met een ode aan de vlag. Desondanks of juist ondanks, omarmden ze mij en mijn Europese bloed. De angst om de eigen identiteit te verliezen, is simpelweg niet aanwezig wanneer de liefde voor de eigen afkomst een vanzelfsprekendheid is. Het accepteren van een ander blijkt plots een stuk makkelijker wanneer je niet bang hoeft te zijn voor afbrokkeling van de eigen identiteit. Dus eindig ik met een boodschap die de bestaansnoodzaak van Rita Verdonk’s Trots op Nederland hopelijk elimineert: Trots op Europa is de toekomst!

De winnaar van de reischeque ter waarde van 350 euro:

Simone van Saarloos uit Amsterdam (19 jaar)

2.

Europees-doorschuifsysteem

In het begin hadden we er een hard hoofd in. We vonden het meer dan een belachelijk plan. Toch bleek het Europees-doorschuifsysteem vorig jaar uitstekend te werken. Dit jaar zitten alle Italianen in Denemarken, alle Denen in Polen, alle Polen in Noorwegen, alle Noren in Portugal, alle Portugezen in Finland, alle Finnen in Rusland, alle Russen in Nederland en, om het voor nu maar even kort te houden, zitten wij, alle Nederlanders, in Roemenie. Het voelt een beetje als een Nederlandse camping in het buitenland, maar dan met het alledaagse leven. Wijzelf hadden niet het beste huis verwacht hier in Roemenie. Dat het een vervallen boerderij zou worden, ver van de bewoonde wereld, hadden we echter niet gehoopt. In het weiland bij de boerderij lopen een aantal vermagerde koeien. Ze hebben nog geen enkele keer geloeid sinds onze aankomst. Of dat een goed of slecht teken is, weten we niet. Op het erf staat een huifkar. Daar hebben we niets aan. De paarden in de schuur waren al dood voor we aankwamen.

Hoeveel tijd tussen het vertrek van de vorige bewoners en onze aankomst zat, weten we niet. Waarschijnlijk is er iets fout gegaan in de organisatie. Vanmiddag zullen we een gat graven om de paarden in te begraven. We mogen niet klagen en wellicht gaat het ons hier uitstekend bevallen. Ons Nederlands klaaggedrag hebben we vrij snel afgeleerd vorig jaar in Polen. We woonden in een klein vervallen flatje en moesten elke dag tien uur in een oude staalfabriek werken. De wodka smaakte na zo’n werkdag wel erg goed. Toch hadden we stilletjes gehoopt dat we dit jaar in een villa zouden zitten aan de Spaanse kust, maar nee, het werd Roemenie. We vragen ons af hoe de Russen het in Nederland zullen vinden en hoe ze verdeeld zijn over onze huizen. Ruim 140 miljoen inwoners is iets meer dan onze 18 miljoen. En wie zitten er in ons huis, voor zover het ons huis nog is, want dit hele grote doorschuifplan zal nog zeker tien jaar duren. Alle landen hebben er voor getekend. In het begin ging het gerucht dat de leden van het Europese parlement onder invloed waren gebracht door een onbekende gek. Maar ze zijn allemaal medisch gecontroleerd na afloop. Als ze er tegen waren, hadden ze echt niet voor getekend. Ze moeten immers zelf ook elk jaar van land, huis en baan veranderen.

Bertine Klappe uit Utrecht (24 jaar)

3.

Grenspaal 230

Naast het anonieme asfalt van de N263 lijkt grenspaal 230 een overblijfsel uit het verleden waarin grenzen nog echt grenzen waren.

In de door onkruid overwonnen wegberm, wijst dit naar het noorden overhellende gietijzer op het bestaan van de Nederlands-Belgische staatsgrens. Grenspaal 230 was vroeger niet zomaar een grenspaal. De grensovergang was namelijk ook niet zomaar een grensovergang. Waar de weg van de Moerdijk eindigde, startte aan de andere zijde van de grens de baan naar Bruxelles. Grenspaal 230 was gelegen aan de snelste route tussen de grootste steden van de Lage Landen. Deze lijn was de belangrijkste aardse levensader voor beide landen, met de omgeving van grenspaal 230 als kloppend hart die de bloedbanen voorzag van bloed.

Het grensverkeer ontwikkelde zich langs grenspaal 230 door de vestiging van vervoerbedrijven, postagentschappen en oplaadpunten voor vervoerders en hun vervoermiddel. Waar dit eerst met paard en wagen ging, ontplooide de grensovergang zich tot de drukste voor gemotoriseerd verkeer van het continent. De omgeving bruiste door de groeiende bedrijvigheid die aangespoord werd doordat het herrezen Europa zich met welvaart overvloeide.

Maar het werd te druk. Te druk voor de kerk van Zundert. Te druk langs de kruideniers in Wuustwezel. Te druk aan de fiere grenspaal 230. De bejaarde verbinding tussen Rotterdam en Antwerpen werd vervangen door de voor groothandel gebaarde A16. Grensovergang Wernhoutsebrug-Braken werd vervangen door Transportzone Hazeldonk-Meer.

De controles van de grenspolitiebeambten verdwenen. Wachten had geen noodzaak. Doorrijden. Stilstaan hoefde niet meer. De grensovergang was na generaties plots verworden tot een terrein zonder bijzondere betekenis. Bijna een halve eeuw later lijkt, te midden van het dichtgetimmerde douaneterrein, begroeide onbevolkte parkeerterreinen, leegstaande bedrijfspanden en in feestlocaties omgetoverde pakhuisruimten, grenspaal 230 iets aan te geven wat al tijden niet meer bestaat.

Toch is er leven aan beide zijden van de met ouderdomsvlekken gemarkeerde grenspaal 230. Aan de Nederlandse kant is enkele jaren geleden pal tegen de grens zelfs een immense villa gebouwd. Diagonaal hier tegenover staat in België al jarenlang een armetierig alleenstaand huis, uitzichtloos te wachten op een rij woningen naast zich. Al fietsend zie ik dat er in deze woning naar het journaal van de Vlaamse commerciële zender VTM wordt gekeken. Terwijl ik de grens over flits, zie ik dat in de Hollandse villa Rob Trip het nieuws voordraagt.

Grenzen. Ze bestaan dus blijkbaar nog steeds.

Maikel Nouws uit Zundert (23 jaar)

Stel je vraag
Home