laptop

In oktober 2007 maakten de Europese Unie, de Verenigde Staten, Japan en Zwitserland bekend dat ze onderhandelingen zouden beginnen over een handelsverdrag op het gebied van intellectuele eigendomsrechten. Doel van deze onderhandelingen is onder meer patenten te beschermen, namaakproducten (zoals kleding en medicijnen) te weren en het illegaal kopiëren van software, games, muziek e.d. te voorkomen. Deze Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) moet leiden tot internationale standaarden voor de bescherming van het intellectueel eigendomsrecht. Na lange onderhandelingen heeft het Europees Parlement in november 2010 het verdrag aangenomen.

1.

Onderhandelingsproces

Er hebben verscheidene onderhandelingsrondes plaatsgevonden. Hierbij vertegenwoordigde de Europese Commissie de EU. Er werd vooral achter gesloten deuren onderhandeld, al lekte in maart 2010 wel een concepttekst uit over een clausule. Daarin stond dat internetproviders zonder een rechterlijk bevel gedwongen zouden kunnen worden om gegevens van internetgebruikers die verdacht worden van schending van auteursrecht, over te dragen aan justitie. Daarnaast werd in deze concepttekst de indruk gewekt dat douanemedewerkers in de toekomst laptops en mp3-spelers van reizigers op illegaal gedownload materiaal zouden mogen controleren. Vooral dit laatste punt riep veel publieke weerstand op tegen de plannen.

Tegenstanders van ACTA vrezen bovendien dat Brussel bij het sluiten van ACTA een oplossing overneemt van de Verenigde Staten waarop het Europees Parlement nauwelijks toezicht kan uitoefenen. Het is niet eenvoudig te controleren of de censuur zich alleen tot het illegaal downloaden beperkt. Een ander punt van kritiek was dat de geschatte verliezen van de entertainmentindustrie door diezelfde industrie berekend zijn. Er zijn geen cijfers afkomstig van onafhankelijke bronnen.

Dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is het besluitvormingsproces rond ACTA democratischer geworden. Sinds deze datum heeft het Europees Parlement namelijk inspraak in het handelsverdrag. Het Europarlement eiste in maart 2010 in een motie meer openheid van zaken. Het Parlement had ook de bevoegdheid om het plan tegen te houden als er niet openlijker zou worden geopereerd. Ook kon het verdrag naar de prullenmand worden verwezen als het Europarlement van mening zou zijn dat de privacy van Europese burgers onvoldoende zou worden gewaarborgd. Op 21 april 2010 is, na grote druk vanuit het Europees Parlement, de concepttekst van het verdrag vrijgegeven.

Voorstanders van ACTA vreesden dan ook voor een 'SWIFT-scenario', wat verwijst naar een akkoord tussen de EU en de VS over de uitwisseling van bankgegevens van Europese burgers. Toen het Europarlement deze overeenkomst afwees, maakte het voor de eerste keer gebruik van het nieuwe vetorecht dat het onder het Lissabonverdrag heeft gekregen op dit beleidsterrein. Binnen de Europese Commissie en de lidstaten werd gevreesd dat dit zich zou gaan herhalen, wat zou inhouden dat ook ACTA een plenaire stemming in Straatsburg niet zou overleven. Het eerste oordeel van het Europees Parlement over de plannen was gematigd positief. Wel wilde het EP de verzekering krijgen dat de grondrechten en de privacy van de de burger niet zouden worden aangetast.

2.

Deelnemende partijen

In eerste instantie waren alleen de EU, de VS, Japan en Zwitserland betrokken bij de officiële gesprekken over ACTA. De Europese Commissie heeft van de Raad van Ministers een mandaat gekregen om namens de EU, en in coördinatie met de Raad en de lidstaten, de onderhandelingen te voeren. De Fransman Luc Pierre Devigne was de voorzitter van de Europese onderhandelingsgroep. De Commissie heeft gezegd dat het Europees Parlement voortdurend zou worden geraadpleegd en geïnformeerd. Daarnaast raadpleegde ze ook andere belanghebbende partijen, zoals het bedrijfsleven, internetproviders, consumenten- en niet-gouvernementele organisaties.

Ook een aantal andere landen had zich aan de onderhandelingstafel gemeld. Het gezelschap was uitgebreid met de landen Australië, Jordanië, Marokko, Mexico, Nieuw-Zeeland, Singapore, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Korea. Deze landen zijn in minstens acht onderhandelingsrondes bijeen gekomen.

Volgens de Europese Commissie is het uiteindelijk de bedoeling dat ook de grote opkomende economieën, zoals China en Rusland, zich bij het verdrag aansluiten. In deze landen laat handhaving van het intellectueel eigendomsrecht vaak veel te wensen over. Overigens was er geen tijdsbestek aangegeven waarbinnen de onderhandelingen moesten zijn afgesloten. De Commissie vond kwaliteit en evenwichtigheid namelijk belangrijker dan timing.

3.

De noodzaak van het verdrag

Een internationaal verdrag is volgens de Europese Commissie nodig omdat de Europese concurrentiepositie erg afhankelijk is van economische activiteiten die leunen op de bescherming van het intellectuele eigendom. Voorbeelden zijn het waarborgen van kwaliteitsproducten en -merken, patenten in innovatieve industrieën en auteursrechten in de entertainmentindustrie. Voorstanders van ACTA wijzen op de gigantische financiële verliezen die bedrijven lijden doordat intellectuele eigendomsrechten zowel online als met fysieke namaakproducten op grote schaal worden geschonden. Dit heeft nadelige gevolgen voor zowel de economische groei als voor de werkgelegenheid. Zo berichtten verschillende media over de toekomst van de muziekindustrie, waarbij een negatief scenario werd geschetst omdat het illegaal downloaden van muziek ervoor zou zorgen dat platenmaatschappijen failliet zouden gaan.

Daarnaast vrezen de bedrijven achter merkproducten dat vervalsing hen imagoschade oplevert. Ook vinden de onderhandelingspartners dat consumenten moeten worden beschermd tegen de mogelijk schadelijke gevolgen van namaakmedicijnen. Volgens schattingen zou tien procent van de wereldhandel in medicijnen vervalsingen betreffen. De Europese Commissie zegt ook dat de bendes die achter deze illegale activiteiten zitten zich veelal ook bezighouden met drugssmokkel en het witwassen van geld. Het is de bedoeling dat ACTA al deze kwalijke zaken tegengaat.

4.

Een nieuw juridisch kader

Om de genoemde doelstellingen te kunnen bereiken, moest een nieuw juridisch systeem worden opgezet. Dit betekent dat ACTA niet onder de bevoegdheid van de Wereldhandelsorganisatie valt. Ook maakt het verdrag geen onderdeel uit van de Verenigde Naties, noch van haar gespecialiseerde agentschap, de Wereldorganisatie Intellectueel Eigendom (WIPO). Als de coördinatie via bestaande instellingen verloopt, vrezen de deelnemende partijen dat er aan flexibiliteit wordt ingeboet. In januari 2009 gaf het Directoraat-Generaal Handel van de Europese Commissie aan dat het doel van ACTA is om een nieuw internationaal juridisch kader op te zetten om zo de handhaving van bestaande wetgeving te verbeteren. Met andere woorden: er werden dus louter nieuwe internationale standaarden bepaald en geen nieuwe wetten vastgesteld.

Dit doel hebben de onderhandelingspartners proberen te bereiken via de drie hoofdonderdelen van het verdrag: internationale samenwerking, handhaving in de praktijk, en het opzetten van een internationaal juridisch kader.

Wat betreft internationale samenwerking ziet de EU ACTA vooral als een kader dat de informatie-uitwisseling van de ondertekenende partijen verbetert. Ook moeten opsporingsdiensten en douanes beter met elkaar samenwerken. Hierbij baseert de Commissie zich op het samenwerkingsverband dat de EU al heeft met de VS en Japan.

Om opkomende economieën in de toekomst deel te kunnen laten uitmaken van ACTA vond de EU het belangrijk dat bepaalde clausules zouden worden opgenomen in het verdrag. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het inbouwen van overgangsmechanismen, zodat het internationaal intellectueel eigendomsrecht stapsgewijs zou kunnen worden ingevoerd. Het is ook belangrijk dat technische assistentie wordt verleend zodat organisaties in de betreffende landen de nieuwe afspraken ook kunnen naleven.

De deelnemende landen onderhandelden ook over versterking van de handhaving van de wettelijke bepalingen. De verschillende partijen probeerden onderling best practices overeen te komen. Hierbij is ook gedacht aan het oprichten van adviesgroepen en aan initiatieven waarmee het bewustzijn onder consumenten kan worden vergroot. Met deze nauwe internationale samenwerking hoopt de EU ook een voorbeeldfunctie te vervullen. Als ACTA een succes is, kan er bijvoorbeeld meer druk op China worden uitgeoefend om zich aan de regels te houden.

Een ander speerpunt is het opzetten van een internationaal juridisch kader op het gebied van de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Zo'n raamwerk moet strafrechtelijke instellingen, de rechterlijke macht en privépersonen de meest up-to-date mogelijkheden bieden om vervalsers te berechten. Dit kan bijvoorbeeld door het opstellen van uniforme maatregelen aan de grens, waar namaakproducten ambtshalve in beslag worden genomen en de controles worden opgevoerd. Daarnaast is er onderhandeld over civielrechtelijke procedures.

Of ACTA een succes wordt, hangt volgens de Commissie echter vooral af van het op één lijn brengen van de strafrechtelijke aanpak van namaakproducten en piraterij binnen de EU. Van zulke harmonisatie is binnen het civiel recht wel al sprake, maar op het gebied van het strafrecht ontbreekt dit nog. Ten slotte stonden internet en informatietechnologie centraal. Er is op dat vlak gesproken over de verantwoordelijkheid van internetproviders wat betreft de schending van copyrights.

5.

De Tweede Kamer

Verschillende partijen in de Tweede Kamer reageerden ongerust op het nieuws dat hen vanuit Brussel bereikte. Het onderhandelingsmandaat hadden de lidstaten namelijk geheel bij de Europese Commissie neergelegd. Dit betekende dat de parlementen van de lidstaten, waaronder dus de Tweede Kamer, waarschijnlijk geen inspraak hadden. In plaats daarvan was de goedkeuring van het Europees Parlement nodig. Een aantal Tweede Kamerleden vond het onverantwoord dat Nederland zo aan mogelijke invloed verliest. Hero Brinkman (PVV) vond ACTA een voorbeeld van het "ongelofelijk bureaucratisch monster" van Europa "dat denkt zichzelf met regels in stand te kunnen houden". Mariko Peters (GroenLinks) vond de wijze waarop de onderhandelingen zijn gevoerd ongepast voor een democratie. "Als ik niet weet wat er in de achterkamertjes van ACTA bekokstoofd wordt, dan kan ik mijn taken als volksvertegenwoordiger niet uitvoeren".

De Consumentenbond stelde ook dat de Tweede Kamer buitenspel werd gezet. Dit gaf de bond aan in een open brief aan de toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken, Frans Heemskerk, en de minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin. "Een maatschappelijk en politiek debat heeft weinig zin wanneer in het geheim en op een andere plek de beslissingen al genomen worden", aldus de Consumentenbond.

Omdat de onderhandelingen achter gesloten deuren werden gevoerd, kon overigens niet worden uitgesloten dat nationale parlementen alsnog hun zegje zouden mogen doen. Tweede Kamerlid Arda Gerkens (SP) gaf aan dat "pas bij de afronding van de onderhandelingen en publicatie van de precieze tekst" de exacte rol van de parlementen duidelijk zou worden. Maar volgens Europarlementariër Sophie in 't Veld (D66) behelsde dit niet meer dan een opgedwongen formaliteit. "Het probleem is dat men jaren bezig is en men alleen ja of nee kan zeggen". "De druk om dat toch maar goed te keuren is dan ongelofelijk groot", aldus In 't Veld. Gerkens merkte nog wel op dat Nederland altijd nog naar het Europese Hof van Justitie zou kunnen stappen, waardoor de wetgeving feitelijk jaren wordt uitgesteld.

6.

Tegengeluiden in het Europees Parlement

Ook in het Europees Parlement waren veel kritische geluiden over ACTA te horen. De kritiek richtte zich zowel op de besluitvorming als op de inhoud. Qua inhoud vielen Europarlementariërs erover dat ACTA ervoor gebruikt zou kunnen worden om de harmonisering van auteursrechten in de EU te omzeilen. Het verdrag zou namelijk zowel nationale wetten als Europese richtlijnen kunnen overrulen. Bovendien werd gevreesd voor de privacy van internetgebruikers en het vrije verkeer van informatie.

Een belangrijk struikelblok voor de Europese volksvertegenwoordiging was een zogenaamde 'three strikes'-maatregel naar Amerikaans concept. Deze maatregel zou ertoe leiden dat internetgebruikers die na drie waarschuwingen nog steeds illegaal muziek of auteursrechtelijk beschermde bestanden downloaden, automatisch en zonder tussenkomst van een rechter de toegang tot internet kan worden ontzegd. Dit zag het parlement als een onacceptabele vorm van privacyschending. 

Om te toetsen of deze vermoedens kloppen, eiste het Europees Parlement meer inzage in de onderhandelingsstukken. De inhoudelijke kanttekeningen van het EP waren namelijk grotendeels gebaseerd op uitgelekte conceptstukken en de beperkte informatie die het van de Commissie had doorgekregen. Vanwege deze gebrekkige informatievoorziening trok het Europarlement het democratisch gehalte van het verdrag dan ook in twijfel. De Europese Commissie werd beticht van het voeren van achterkamertjespolitiek.

Dat het Europarlement zich zo fanatiek tegen de gang van zaken keerde, kwam volgens In 't Veld niet door de doeleinden. Volgens haar kunnen namaakproducten en piraterij prima in het openbaar en op democratische wijze worden tegengegaan, zonder de rechtstaat "te ondermijnen". Laurence Stassen (PVV) zei: "als een dossier achter gesloten deuren bekokstoofd wordt, dan gaan bij mijn fractie alle alarmbellen rinkelen". Ze noemde de handelswijze van de Commissie een minachting van het Europarlement en van de burger. Bovendien vreesde de PVV-politica Big Brother-achtige taferelen doordat ACTA "een cultuur van stiekem toezicht en verdachtmaking" zou kweken waarbij de staat meekijkt.

Emine Bozkurt van de PvdA ontging het niet dat de onduidelijkheid veel geruchten deed ontstaan. "Zal elke laptop of mp3-speler straks door de Amerikaanse douane gecontroleerd worden op illegale muziek- en filmfiles?" vroeg zij zich bijvoorbeeld af. Christian Engström, die namens de Zweedse Piratenpartij Europarlementslid is, feliciteerde de Commissie op spottende wijze met het aanwakkeren van de interesse van burgers in de Europese politiek. "De methodiek is niet goed, want de burgers zijn woest", voegde hij eraan toe.

Op 10 maart 2010 nam het Europarlement met overgrote meerderheid een motie aan waarin de Europese Commissie werd opgedragen om alle ACTA-documenten onmiddellijk openbaar te maken. Het was weinig verrassend dat deze motie brede steun kreeg. De tekst was namelijk opgesteld door vertegenwoordigers van zes fracties, verdeeld over het politieke spectrum. Hiertoe behoorden ook de Nederlandse Europarlementariërs Sophie in 't Veld (D66), Judith Sargentini (GroenLinks) en Dennis de Jong (SP). De motie werd in eerste instantie met 663 stemmen voor en 13 tegen aangenomen.

Met de motie eiste het Europarlement niet alleen meer openheid. Het keerde zich ook fel tegen de 'three strikes'-procedure, en het gaf aan dat het doorzoeken van mp3-spelers, mobiele telefoons, laptops en andere opslagmedia zonder bevelschrift uit den boze is. Daarnaast sloten de parlementariërs niet uit dat ze een zaak bij het Hof van Justitie zouden aanspannen als ze niet tijdig en volledig geïnformeerd zouden worden door de Commissie.

7.

Reactie van de Europese Commissie

De Europese Commissie wees de kritiek dat de onderhandelingen in het geheim zouden worden gehouden van de hand. Vanuit het oogpunt van efficiëntie achtte zij het "alleen maar natuurlijk" dat onderhandelingen tussen verschillende partijen over onderwerpen die van groot economisch belang zijn niet in het openbaar plaatsvinden. Wel gaf de Commissie aan dat het nooit de bedoeling is geweest om te verhullen dat onderhandelingen worden gevoerd. De uiteindelijke doeleinden mogen ook gewoon kenbaar zijn. Daarom werd de start van de onderhandelingen in 2007 met persberichten aangekondigd.

Er zijn ook verschillende bijeenkomsten gehouden met belanghebbenden, waaronder een raadpleging op 23 juni 2008 in Brussel. Verder hebben de vertegenwoordigers van de Commissie de internationale handelscommissie van het Europees Parlement verscheidene malen op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Tot slot is na elke onderhandelingsronde ook een persbericht opgesteld. Om de onderhandelingen niet te ondermijnen, bleven details echter logischerwijs achterwege. Niet volledige openheid, maar een zekere mate van discretie was volgens de Commissie geboden.

Bovendien vond de Commissie dat tegenstanders van ACTA een scheve interpretatie van het verdrag hadden. ACTA gaat namelijk over het aanpakken van grootschalige criminele activiteiten, en niet om het beperken van burgerlijke vrijheden of het lastigvallen van consumenten. Volgens Commissiewoordvoerder Devigne is van criminalisering van "de spreekwoordelijke huisvrouw die wat gekopieerde mp3'tjes downloadt" dus geen sprake. De bescherming van persoonsgegevens komt ook niet in het geding.

Daarnaast bevat bestaande EU-wetgeving een clausule die reizigers vrijstelt van keuringen als de namaakproducten geen onderdeel uitmaken van smokkel op grote schaal. ACTA zal aan deze bepalingen geen afbreuk doen. De Commissie beredeneert dat douanes in de EU de tijd noch de wettelijke mogelijkheden hebben om naar een paar illegaal gedownloade liedjes op een iPod of laptop te zoeken. Volgens de Commissie staat het Big Brother-scenario dat tegenstanders van het verdrag voorhielden derhalve haaks op de werkelijkheid.

Dat de Belgische Handelscommissaris Karel De Gucht wel bereid was om een commissie van het Europees Parlement vertrouwelijk inzage in de stukken te geven, ging voor de meeste Europarlementsleden niet ver genoeg. Een dergelijke 'commissie Stiekem', die soms gebruikelijk is op het gebied van defensie en terrorismebestrijding, vond Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) niet van toepassing omdat het hier niet gaat "om informatie waarbij terroristen hun voordeel kunnen doen". Ook In 't Veld zag geen heil in dit compromisvoorstel, want "dan mogen we er niet over praten". 

Overigens was de Commissie volgens Europarlementariër Hennis-Plasschaert niet eenstemmig. De Gucht en de Nederlandse Commissaris voor Digitale Agenda, Neelie Kroes, waren niet voor volledige openheid. Hun Luxemburgse collega Viviane Reding (Justitie, Grondrechten en Burgerschap) stond echter een stuk sceptischer tegenover de gang van zaken rond ACTA. Volgens Hennis-Plasschaert was Reding "sterk tegen het weggeven van basisrechten van Europese burgers".

Op 21 april 2010 hebben de onderhandelaars de conceptteksten van het ACTA-verdrag vrijgegeven. De Commissie hoopte met deze tekst de zorgen van de critici te hebben weggenomen.

8.

Besluitvorming

In het najaar van 2010 waren de onderhandelingen min of meer afgerond, wat restte was de uitwerking van enkele technische details. Voordat het verdrag in werking kon treden moest het echter door alle verdragspartijen formeel worden goedgekeurd. Ook door het Europees Parlement.

Op 24 november 2010 debatteerde het Europees Parlement over het verdrag. Het Parlement wilde nog steeds dat het verdrag de rechten en privacy van de burger op geen enkele wijze zou aantasten. Ook moest het verdrag bestaande en in ontwikkeling zijnde Europese regelgeving op het gebied van intellectueel eigendom en handel op internet ongemoeid laten. Volgens een kleine meerderheid in het EP is aan al die eisen tegemoet gekomen. Een resolutie vóór het verdrag werd met 331 tegen 294 aangenomen. 

9.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

  • De gang van zaken rond ACTA was logisch en nodig

    De onderwerpen waar ACTA betrekking op heeft zijn van te groot economisch en politiek belang om in het openbaar te bespreken. De informatie is zo gevoelig dat het onverstandig zou zijn voor de Europese Commissie om al haar kaarten op tafel te leggen; hiermee zou de Commissie zich eigenlijk alleen maar in de vingers snijden. Uiteraard moeten het Europarlement, de nationale parlementen en de burgers weten dat er onderhandeld wordt, en wat de uiteindelijke doelstellingen zijn, maar als ook de details worden bekendgemaakt, verslechtert de Europese onderhandelingspositie. Omdat economische groei en werkgelegenheid op het spel staan, moeten deze afspraken simpelweg deels achter gesloten deuren worden gemaakt.

  • De onderhandelingen rondom ACTA hadden transparanter gemoeten

    Van duidelijkheid, openheid en democratische inspraak is geen sprake. De Europese Commissie heeft van de lidstaten de bevoegdheid gekregen om namens de EU te onderhandelen, maar de Commissie informeert de nationale parlementen en het Europees Parlement niet of slechts op gebrekkige wijze. Zo wordt de volksvertegenwoordiging buitenspel gezet. Bovendien voedt deze geheimzinnige aanpak geruchten over vergaande privacyschendende maatregelen die misschien ongegrond zijn. Omdat het hier niet om terrorismegevoelige informatie gaat, moet de Commissie een einde maken aan dit stiekeme gedoe.

  • ACTA moet van tafel omdat het afbreuk doet aan de privacy van burgers

    Zelfs al zou de besluitvorming rondom ACTA nog zo transparant zijn, het verdrag moet van tafel omdat het op onacceptabele wijze afbreuk doet aan de privacy van EU-burgers. Dit blijkt in ieder geval uit de stukken die tot nu toe zijn uitgelekt. De 'three-strikes'-procedure waarover wordt gerept is hier een voorbeeld van. Straks kunnen burgers zomaar de toegang tot internet worden ontzegd en kunnen gegevensdragers als laptops en mp3-spelers worden doorzocht op illegale bestanden. De overheid kijkt straks continu over de schouders van burgers mee, en dat mogen volksvertegenwoordigers niet toelaten.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

10.

Meer informatie

Stel je vraag
Home