
EU-begroting 2011 - Hoofdinhoud
Voor 2011 was er 141,9 miljard euro gereserveerd voor de begroting van de Europese Unie. Dat is 1,13 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de lidstaten; het had maximaal 1,24 procent mogen zijn, zoals is vastgelegd in de meerjarenbegroting van de EU. Het budget was ten opzichte van 2010 met 0,28 procent gestegen. Van de 141,9 miljard lag de bestemming van 126,5 miljard euro al vast, dat zijn de zogenaamde verplichte uitgaven. Die namen ten opzichte van 2010 toe met 2,9 procent.
Als gevolg van op de economische ontwikkelingen in 2010, zoals de schuldencrises in Griekenland en Ierland, lag het zwaartepunt van de Europese begroting voor 2011 bij economisch herstel en stimulering van de Europese economie.
Verder vielen de volgende punten op in de begroting voor 2011:
-
-het meeste geld was gereserveerd voor stimulering van de economie; zo werd 57,9 miljard euro geïnvesteerd in de EU 2020-strategie
-
-de uitgaven voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bleven ongeveer gelijk aan voorgaande jaren
-
-meer geld voor jongeren, met name op het gebied van scholing
-
-minder geld voor burgerschapsprojecten
-
-een stijging van de uitgaven van de Europese instellingen van 7,9 miljard in 2010 naar 8,2 miljard euro in 2011
Het onderstaande taartdiagram toont de verschillende uitgavenposten van de Europese Unie voor 2011.
De onderhandelingen over de EU-begroting voor 2011 verliepen niet zonder slag of stoot. Dit kwam vooral door meningsverschillen tussen de lidstaten en het Europees Parlement.
Veel eurolanden, maar vooral Nederland en Groot-Brittannië, waren het oneens met het voorstel van het Parlement om het budget ten opzichte van 2010 met 6 procent te verhogen. Uiteindelijk is de eerder genoemde stijging van 2,9 procent overeengekomen, waarmee het budget voor 2011 is vastgesteld op 141,9 miljard euro.

