
-
08-02Brussel: transactietaks voor alle lidstaten
-
08-02Negen eurolanden willen versnelling plannen transactietaks (en)
-
07-02Europees Parlement hoort deskundigen over bankentaks (en)
-
06-02DNB: Europese transactietaks onwenselijk
-
03-02Europese Commissie past effectenanalyse bankentaks aan (en)
-
26-01Britse premier Cameron noemt belasting op financiële transactie 'idioot' (en)
Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2007 bestaat er wereldwijd groeiende steun voor het heffen van belasting op banken. Met behulp van deze 'bankentaks' zouden banken de tijdens de crisis verkregen overheidssteun kunnen terugbetalen. Verder zou een dergelijke maatregel ervoor zorgen dat bij een toekomstige crisis niet overheden, maar de banken zelf kunnen voorzien in eventuele noodzakelijke kapitaalinjecties. Via de bankentaks bouwen banken immers een eigen 'noodfonds' op. Daarnaast zou een dergelijke belasting het wereldwijde financiële systeem stabieler en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën moeten maken.
Er is veel discussie rondom het invoeren van een bankentaks. Naast de voor- en tegenargumenten, is er de vraag op welk niveau de belasting toegepast moet worden. Binnen de EU hebben Frankrijk, Hongarije, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Zweden reeds individueel een belastingstelsel ingevoerd. Tijdens zijn jaarlijkse 'state of the union' op 28 september 2011 pleitte de voorzitter van de Europese Commissie Barroso voor de invoering van de bankentaks op Europees niveau. Dit stuitte echter op tegenstand van vooral Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Tijdens de Eurotop eind oktober 2011, waarin een akkoord moest worden bereikt over de aanpak van de Europese schuldencrisis, is besloten wetgeving op te stellen voor een heffing op financiële transacties.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Het instellen van een bankentaks krijgt om twee redenen grote internationale steun. Allereerst moet een heffing ervoor zorgen dat de financiële sector in de toekomst zelf opdraait voor de kosten van eventuele staatssteun en financiële hulp. Deze reden is vooral een reactie op de financiële crisis waarvoor de financiële instellingen zelf als oorzaak worden aanwezen.
Een tweede argument is dat een dergelijke heffing op de lange termijn de financiële sector ook stabieler moeten maken, bijvoorbeeld door het verstrekken van risicovolle leningen of agressieve beleggingsstrategieën minder aantrekkelijk te maken. Zowel het Europees Parlement als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ondersteunen dit argument.
In de EU zijn de economische grootmachten Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk (waar financiële centra als London, Frankfurt en Parijs zich bevinden) het grotendeels eens over de noodzaak van een wereldwijd plan voor een bankentaks. Ook de Nederlandse minister van Financiën, Jan Kees de Jager, stelde in december 2010 dat het wereldwijde financiële systeem vraagt om een bankenbelasting die internationaal geregeld wordt.
De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwde in haar halfjaarlijkse Overzicht Financiële Stabiliteit van mei 2010 dat de banken te maken kunnen krijgen met aanzienlijke verliezen door de tekorten van de nationale overheden en de onrust op de financiële markten. DNB wijst een bankentaks niet af, maar deze mag de aandacht niet afleiden van noodzakelijke fundamentele versterkingen van het financiële systeem op het terrein van kapitaal- en liquiditeitseisen, risicomanagement en toezicht.
Op 28 september 2011 pleitte de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, in zijn jaarlijkse toespraak 'state of the union' voor een heffing op transacties tussen financiële instellingen in Europa. Dit zou de EU jaarlijks 57 miljard euro opleveren.
Nederland wil in de loop van 2012 een bankentaks invoeren.
Het idee voor een belastingheffing op banken is niet nieuw, maar vindt meer internationale steun nu er een wereldwijde discussie plaatsvindt over de verantwoordelijkheid van de financiële sector voor de crisis. Zo droeg de G20 het IMF op onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor een wereldwijde belastingheffing op de grootste financiële instellingen.
Ook het Europees Parlement stelde in maart 2010 een onderzoek in naar de mogelijkheden voor een bankentaks. Hierbij werd de Europese Commissie opgedragen de mogelijkheden voor een wereldwijde samenwerking te verkennen. Bovendien verklaarden Angela Merkel, Nicolas Sarkozy en Gordon Brown naar aanleiding van deze hoorzitting toe te willen werken naar een wereldwijde overeenstemming op de G20-top in november 2010. Op deze top pleitte ook de Amerikaanse president Barack Obama voor een wereldwijde bankentaks. Uiteindelijk besloot de G20 echter dat landen zelf kunnen beslissen over het invoeren daarvan.
Omdat er nog geen eenduidig beeld bestaat over wat de bankentaks zou moeten bewerkstelligen, is nog niet zeker hoe de bankentaks eruit moet zien. Verschillende alternatieven zijn voorgesteld; zoals een belastingheffing op de winst van banken, een belastingheffing gemeten naar het risico van de leningen die banken uitgeven of een heffing gebaseerd op het aantal bancaire transacties.
Met name bij een belastingheffing op het risico van leningen of het aantal bancaire transacties zou op langere termijn de financiële sector hervormd kunnen worden. Deze maatregelen maken het voor banken minder aantrekkelijk om op korte termijn met grote bedragen wereldwijde transacties aan te gaan en complexe speculatiestrategieën aan te wenden, wat het risico van kapitaalverlies en de mogelijkheid van faillissement zou verminderen.
Uiteindelijk zouden banken hierdoor meer worden gedwongen ‘standvastiger’ en ‘betrouwbaarder’ te werk te gaan, waarbij met name de rol als spaarbank wordt opgepakt en de rol van investeringsbank/zakenbank wordt beperkt.
In onderhandelingen over een wereldwijde overeenkomst zouden de Verenigde Staten en Duitsland een voorbeeld kunnen vormen. Zo voerden de Verenigde Staten een bankentaks in die naar schatting 10 miljard dollar (ruim 8 miljard euro) per jaar op zou moet brengen en vooral gericht is op investeringsbanken.
Deze taks laat de stabielere spaarbanken grotendeels buiten schot. Het akkoord in Duitsland is met name gericht op het ‘risicoprofiel’ van banken en wordt berekend aan de hand van de omvang van speculatieve activiteiten. Er wordt verwacht dat deze taks per jaar bijna 1 miljard euro op zal leveren.
Toch is het niet direct aannemelijk dat een belastingheffing op banken ingevoerd zal worden. Hoewel onder politici en economen in de EU grote steun bestaat voor het idee, is er ook grote tegenstand tegen het plan. Deze tegenstand komt zowel vanuit de bancaire sector (die door een belastingheffing wellicht minder winst zou kunnen maken), als vanuit diplomatieke kring, waar het idee van een bankentaks tot verdeeldheid leidt.
De tegenstand vanuit de bancaire sector werd in Nederland al duidelijk toen DNB-directeur Henk Brouwer aangaf dat hij niets zag in een bankentaks. Hij vindt dat de schuldencrisis eerder samenhangt met het gebrekkige functioneren van het Stabiliteits- en Groeipact en dat de verantwoordelijkheid voor de crisis niet alleen bij banken ligt, maar ook bij de overheid en de consument. Verder vindt hij het niet verstandig om banken die ook te lijden hebben onder de crisis op zo'n manier extra te belasten.
Enkele banken verzetten zich hevig tegen Hongaarse plannen om een nationale bankentaks van 0,45 procent in te voeren en dreigen leningen uit het land terug te trekken. De banken hebben het IMF benaderd met het verzoek om de Hongaren ervan te overtuigen dat deze plannen worden afgezwakt.
De grootste opkomende industrielanden Brazilië, Rusland, India en China ('BRIC') zijn het samen met Canada niet eens over het voorstel voor een heffing, omdat zij in een andere economische situatie verkeren dan de G20-landen. De zogeheten BRIC-landen zien meer in krachtig monetair beleid en willen geen belastingvoorstellen die een verdere groei en ontwikkeling van hun financiële sectoren in de weg zouden kunnen staan.
De landen zien een voorstel voor een wereldwijde belastingheffing op banken vanuit de G20 als het instellen van een drempel op verdere economische groei van opkomende industrielanden die concurrentie zou bieden aan de economische positie van de Verenigde Staten en de EU.
Ook de president van de Financial Stability Board (een wereldwijde toezichthouder), Mario Draghi, verklaarde geen heil te zien in een taks die tot doel heeft het wereldwijde kapitaalverkeer stabieler te maken. Volgens Draghi zijn andere oplossingen denkbaar en geeft een bankentaks, in welke vorm dan ook, alleen indirect een reden tot minder risicovol en speculatief gedrag. Dit zou volgens de president van de toezichthouder directer kunnen en gebaseerd moeten zijn op een striktere, juridische regelgeving.
Het voorstel van de voorzitter van de Europese Commissie om de bankentaks in te voeren in de 27 EU-lidstaten kon niet rekenen op algemene instemming. Nederland heeft zich bijvoorbeeld tegen dit voorstel gekeerd omdat veel financieel verkeer via Amsterdam gaat. Als de taks niet wereldwijd, maar alleen op Europees niveau zal worden ingesteld bestaat de kans dat het financiële verkeer zal verschuiven naar een land waarin de taks niet is ingevoerd.Om dezelfde reden keerden de Britten zich al eerder tegen het idee om een bankentaks in Europa in te stellen.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.
-
De bancaire sector moet de verkregen staatssteun terugbetalen
De kapitaalinjecties die overheden in hun nationale bancaire sectoren deden, werden betaald met belastinggeld. Hier zou het idee 'de dader betaalt' ingevoerd moeten worden. Het gedrag van banken, die door risicovol en speculatief gedrag miljarden verloren, moet ertoe leiden dat zij ook de verantwoordelijkheid nemen voor het terugbetalen van de staatssteun.
-
Een belastingheffing zorgt niet voor hervorming van het kapitaalverkeer
Niet het terugvorderen van de staatssteun, maar een hervorming van het wereldwijde kapitaalverkeer en de financiële sector is het hoofddoel. Op die manier wordt een nieuwe crisis afgewend. Een belastingheffing zorgt alleen indirect voor een verandering in speculatief en risicovol handelen in de bancaire sector. Wat nodig is, is een striktere, juridische regelgeving.
-
Een wereldwijde overeenkomst is de enige optie
Hoewel lidstaten individueel een belasting op de bancaire sector hebben ingevoerd, en de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan voor een EU-brede aanpak, blijft de noodzaak voor een wereldwijde overeenkomst en afspraken aanhouden. De problemen in een wereldwijde sector vragen volgens regeringsleiders en financieel specialisten om wereldwijde oplossingen. Net zoals bij de klimaatverandering zouden ook hier grensoverschrijdende maatregelen moeten worden genomen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

