
-
04-03-2011President Nederlandse Bank: Azië moet rente verhogen, EU kan dat ook doen
-
07-01-2011Trichet ziet geen gevaar in inflatie
-
14-12-2010Trichet pleit voor groter noodfonds
-
12-11-2010G20: nog geen conclusies over valutaoorlog
-
11-11-2010Verdeeldheid bij G20-top
-
10-11-2010Mondiale maatregelen voor een evenwichtige groei: voorzitters Barroso en Van Rompuy op de G20-top in Seoel van 11-12 november
Internationale valutaoorlog en de G20 - Hoofdinhoud
Tijdens de G20-top van november 2010 in Seoel (Zuid-Korea) beloofden de Amerikaanse president Barack Obama en de Chinese president Hu Jintao om samen te zullen werken om de spanningen over de waarde van de valuta's van hun landen te verminderen. Er werden tijdens deze top echter geen gesprekken gevoerd die leidden tot een gemeenschappelijke aanpak van de valutaoorlog.
In de financiële wereld heerste al geruime tijd irritatie over China, dat kunstmatig de koers van zijn munt laag zou houden. Zo bleven Chinese producten goedkoop, wat gunstig was voor de export van China. Daar kwam nog de ergernis bij over de Verenigde Staten, die geld in de economie en in de financiële markten pompten waardoor de dollar in waarde daalde. De Verenigde Staten zagen echter ondanks deze maatregelen hun export maar mondjesmaat stijgen, terwijl de import vooral uit China fors toenam. De VS deden daarom steeds sterker een beroep op China om de waarde van de yuan te laten stijgen en dreigden met handelssancties als China de onderwaardering van de yuan niet overtuigender zou aanpakken.
De valutaoorlog beperkte zich niet tot China en de VS; eerder al grepen uiteenlopende landen als Zwitserland, Colombia en Singapore ook al in om de waarde van hun munt laag te houden. De euro was populair omdat de Europese Centrale Bank juist terughoudend was met acties om de prijs van de munt te beïnvloeden.
Wel waren de regeringsleiders en staatshoofden tijdens de G20-top overeengekomen om de 'gevaarlijke onevenwichtigheden' in de verschillende economieën goed in de gaten te houden. Hiermee doelden zij vooral op het bestaan van landen met een handelsoverschot (China, Duitsland) en landen met een handelstekort (Verenigde Staten). Deze onbalans zou een destabiliserend effect hebben op de wereldeconomie.
De landen besloten verder de nieuwe regelgeving voor de financiële sector, het Basel III - akkoord over te nemen; onder deze regels moesten de banken veel meer kapitaal aanhouden om te voorkomen dat ze in moeilijke tijden in de financiële problemen zouden raken.

