Euro teken

Bron: euobserver.com

De invoering van euro-obligaties is een sterk omstreden mogelijkheid voor het oplossen van de schuldencrisis in de eurozone. De gedachte achter de euro-obligaties is de volgende: door als eurozone gezamenlijk obligaties (leningen) uit te geven, komt er een einde aan het speculeren met de schulden van de afzonderlijke eurolanden. Bovendien zou er meer stabiliteit op de financiële markten ontstaan, die onontbeerlijk is voor een oplossing van de eurocrisis. Hierdoor worden de euro-obligaties ook wel stabiliteitsobligaties genoemd.

Op 15 februari 2012 sprak het Europees Parlement zich positief uit over het middellangetermijneffect dat de invoering van euro-obligaties op de stabiliteit in de eurozone kan hebben. Zij ziet vooral mogelijkheden in het Duitse voorstel om alleen obligaties uit te geven voor dat deel van de schuld van landen dat uitkomt boven de begrotingsgrens. Voor de korte termijn acht men euro-obligaties echter geen oplossing voor de crisis.

1.

Hoe werkt het?

De uitwerking van het idee om euro-obligaties uit te geven, is nog steeds in volle ontwikkeling. De euro-obligatie moet een vervanger worden van staatsobligaties. Op dit moment geven alle eurolanden afzonderlijk staatsobligaties uit om hun staatsschuld te financieren. Als er euro-obligaties worden ingevoerd, zullen de landen dat niet meer zelf doen, maar laten ze dat doen door een Europese instelling. Het is de bedoeling dat de eurozone bij de uitgifte van euro-obligaties optreedt als één debiteur, omdat de eurolanden in deze opzet voor elkaars schulden garant staan.

Dit heeft tot gevolg dat de rente op deze euro-obligaties ruwweg een gemiddelde zal zijn van de rentes die de onderliggende eurolanden momenteel betalen. Deze gemiddelde rente zal voor de sterkere eurolanden zoals Duitsland en Nederland hoger liggen dan het rentepercentage waartegen deze landen momenteel kapitaal kunnen aantrekken. Voor de zwakkere eurolanden als Griekenland, Italië, België, Portugal en Spanje zal het juist goedkoper worden om geld te lenen. De verwachting is dus dat de zwakkere eurolanden hun crises kunnen oplossen en de eurocrisis als geheel wordt bezworen.

Het invoeren van euro-obligaties luistert erg nauw. De problemen bij de invoering tot nu toe liggen niet alleen bij de meningsverschillen tussen voor- en tegenstanders, maar ook hoe de invoering past binnen de EU-regelgeving. Het is belangrijk een goede constructie te ontwikkelen die niet indruist tegen de Europese wetgeving.

Tot nu toe wordt er gediscussieerd over drie mogelijke manieren om euro-obligaties in te voeren. Deze zijn alle drie genoemd in het Groenboek over de haalbaarheid van de invoering van stabiliteitsobligaties. Bij mogelijkheid 1 worden alle nationale staatsobligaties vervangen door euro-obligaties. Bij optie 2 zal er een gedeeltelijke vervanging van staatsobligaties worden doorgevoerd met een volledige garantie van alle landen voor alle euro-obligaties. De derde mogelijkheid lijkt op de tweede, maar de nationale lidstaten staan bij deze mogelijkheid alleen garant voor hun eigen deel aan euro-obligaties.

2.

Voorstanders

Volgens Europese Commissie is de uitgifte van euro-obligaties een noodzakelijk onderdeel van een gezamenlijk Europees economisch beleid om de eurocrisis te beteugelen. De verwachting is dat er met de euro-obligaties een einde komt aan de onrust op de obligatiemarkten in Europa. Dit is van het grootste belang, omdat anders de stabiliteit van het wereldwijde financiële systeem in gevaar dreigt te komen. Wel zouden deze 'stabiliteitsobligaties' volgens de Europees Commissaris voor de euro Olli Rehn moeten samengaan met een strenger begrotingsbeleid. Brussel wil een aanzienlijk versterkt toezicht op de nationale begrotingen, en coördinatie van beleid om de lidstaten in de eurozone tot discipline te bewegen. Landen die zich niet aan de begrotingsregels houden, zullen strenger worden aangepakt.

Ook Oostenrijk heeft verklaard een voorstander te zijn van de invoering van euro-obligaties. Dit land ziet de euro-obligatie als een logisch vervolg op de oprichting van het Europese noodfonds EFSF, dat ook obligaties uitgeeft. Verder pleit de Oostenrijkse kanselier Werner Faymann voor een grotere rol van de Europese Centrale Bank in de crisis, waarbij hij stelt dat de ECB een vergelijkbare functie moet krijgen als het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve.

3.

Tegenstanders

Vooral Duitsland is, samen met Frankrijk, fel gekant tegen de invoering van euro-obligaties. Bondskanselier Angela Merkel heeft aangegeven dat Duitsland niet de mening van de Europese Commissie deelt dat euro-obligaties de schuldenproblematiek kunnen oplossen. Landen die hun financiën slecht op orde hebben, kunnen met de euro-obligaties tegen een lagere rente geld aantrekken en worden daarmee als het ware 'beloond'. Op die manier wordt een effectieve aanpak van het probleem juist bij de wortels tegengehouden, volgens Merkel. Duitsland gaat bij de invoering van de euro-obligatie een hogere rente betalen op zijn staatsobligaties, en daarmee worden de Duitse belangen geschaad. Bovendien is Duitsland van mening dat de euro-obligaties Europa als geheel schaden, omdat het vertrouwen in de stabiliteit van de Europese Unie verloren gaat.

Italië schaart zich aan de zijde van Duitsland en Frankrijk. Van de euro-obligaties gaat een nivellerend effect uit op de rente. Dit geeft volgens de Italiaanse premier Monti een verkeerd signaal af, omdat het verschil in rentestanden een weerslag vormt van de economische en financiële positie van landen.   

Ook Nederland is geen onverdeeld voorstander van de euro-obligaties. Volgens topman Gerrit Zalm van ABN Amro zullen de problemen alleen maar worden versterkt omdat ontspoorde lidstaten niet meer zo goed op hun financiën hoeven te letten. Hij geeft aan meer vertrouwen te hebben in een sterke Europese begrotingsautoriteit die toezicht gaat houden op de financiën van lidstaten. 'Want,' zegt Zalm, 'dit is geen eurocrisis, maar een crisis van overheidsfinanciën in een aantal landen.'

4.

Elitebonds

Volgens sommige bronnen zou Duitsland overwegen om in het uiterste geval met vijf andere EU-landen met de hoogste kredietwaardigheid zogenaamde elitebonds of triple A-bonds uit te gaan geven. Duitsland zou de obligaties willen uitgeven met Nederland, Frankrijk, Finland, Luxemburg en Oostenrijk, als de 27 EU-landen het niet eens worden over controles op overheidsfinanciën en begrotingsregels. 

5.

Meer informatie

Stel je vraag
Home